
Na een kort rijpingsproces ben ik opnieuw bevallen van een verhaal uit Absurdistan. Voor wie voor de eerste keer dit leest: af en toe teister ik een aantal bekenden met de schriftelijke neerslag van een aantal zaken die mij op reis overkomen of mij vragen stel. Ik schrijf dit soort zaken neer om te vermijden dat het er later niet meer van komt eens ik door Alzheimer ben aangetast.
Alles is waar gebeurd, niets is erbij verzonnen.
Groeten,
Hans
In de reeks “Tales from Absurdistan” ….
Over rampen, frieten en Egypte….
We schrijven woensdag 22 mei 2008 en bevinden ons in de luchthaven van Hong Kong. Enfin hier begin ik na enig dagdromen een paar gedachten aan mijn laptop toe te vertrouwen, maar ver zal ik hier niet geraken, straks heb ik een vlucht naar Taipei.
Ik zit nog wat in mijn hoofd met de toch wel erg aangrijpende drie minuten algemene stilstand maandag om 14.28u in Beijing als hulde aan de tienduizenden slachtoffers van de aardbeving in de provincie Sichuan. Ik was pas diezelfde voormiddag geland en had op televisie gehoord dat er drie dagen nationale rouw en drie minuten nationale stilstand zouden zijn, dus dat wilde ik eigenlijk wel meemaken. Hoe oprecht ik ook meevoel met die talloze getroffen families, om een mierennest als Beijing, laat staan heel China te doen stoppen moet je wel extreem goeie geloofsbrieven kunnen voorleggen. De vreselijke natuurramp had zich pas een week voordien voorgedaan, en na enige aarzeling van de regering hoe ze na de Tibetcrisis deze nieuwe uitdaging zou aanpakken werd een paar dagen geleden pas beslist om de grote kanonnen in te zetten. Van de nood een deugd maken, daar kunnen de Chinese machthebbers wel een poepje van laten ruiken. Een kniesoor die zich nog afvraagt waarom bij aardbevingen in China vooral scholen instorten en nooit eens een partijgebouw.
Om twintig na twee sta ik op wacht aan een druk kruispunt in de buurt van mijn hotel. Er staat al politie klaar. Een agent is het verkeer beginnen regelen. Hij kijkt een paar keer op zijn polshorloge en klokslag om 28 na gaat zijn rechterarm omhoog en blijft het verkeer uit alle richtingen staan. En gaan alle klaksons van alles wat maar enigszins op een voertuig lijkt. En alle sirenes. Drie minuten stilte op zijn Chinees. Vanuit alle kantoren, hotels en winkels is al het personeel naar buiten gekomen en heeft zich in rijen opgesteld, velen met de rechterhand op het hart. Een zeer aangrijpend huldebetoon, dat zeker. Mooi geregisseerd ook. Een paar uur later is al op alle televisiekanalen en grote schermen in de winkelbuurten een selectie te zien van de 3 minuten in alle grote steden, de Tibetaanse hoofdstad Lhasa incluis. En ook continu beelden en verslaggeving van de heldhaftige kordate aanpak van regering en leger om de reddingswerken op te drijven en overal het leed te verlichten. Het land is weer één. Mooi meegenomen zo vlak voor die armlastige geplaagde Olympische Spelen.
Een aantal jaar geleden had ik ook zo’n speciale getuigenis na een ramp die jarenlang zou nazinderen. We schrijven 9 september 2001. Ik bevind me in Kaïro voor het werk. De dagen ervoor was ik in Syrië en Jordanië. Verplicht nummertje, want als je de tijd niet hebt om veel te zien van het prachtige culturele erfgoed in die landen ga je er niet voor je plezier naartoe. Enfin ik toch niet.
We hebben er nog geen klanten, enkel een paar aanvragen, dus ik had aan de secretaresse gevraagd om zeker geen duur hotel te boeken. Daar had ze zich goed aan gehouden. Het was beter dan de accommodatie die ik in 1983 mocht genieten toen ik een weekje met de rugzak in Egypte passeerde en in een bloedhete slaapzaal van Ali Baba en toch een belangrijk deel van zijn 40 rovers verbleef. Nee, dit moet wel twee sterren gehad hebben…
Het is weekend, en onze free lance agent ter plaatse had voor mij een verzetje georganiseerd. Paardrijden nabij de piramides! Zelf kan hij er niet bij zijn, dus gewapend met een naamkaartje van een “betrouwbare” paardenverhuurder loop ik wat stallen af… indien Gaia een afdeling had in Egypte, dan was het land te klein… enfin, ik bevind me dan toch plots op de rug van een oude knol, aangevuurd door een jonge Egyptenaar op een veel dynamischer exemplaar… Mijn paard en ikzelf zitten op dezelfde golflengte, in die zin dat ik me afvraag wat ik daar in ’s hemelsnaam zit te doen op de rug van een paard bij godbetert de piramides van Gizeh, en ongetwijfeld de arme knol onder mij maar niet kan vatten waarom een Belg bij die temperaturen persé rond die hoop stenen wil draven. Na dit buitengewoon genoegen moet ik afrekenen. Ik was in de veronderstelling dat dit was afgesproken door onze agent. Quod non. Mohammed probeert me quasi een orgaan uit mijn lichaam te doen betalen. Ik moet redelijk uit mijn krammen schieten om alsnog niet te worden, enfin laat ons zeggen zwaar opgelicht. Ik bof dat ik maar gewoon word opgelicht. Maar er is natuurlijk een verklaring: een paar maanden voordien is er de zware terroristische aanslag geweest op een bus Zwitserse toeristen in Luxor waarbij er vele doden vielen. Daarna lag het toerisme naar Egypte maandenlang op apegapen, en ja, zij moeten ook leven hé…
De maandagmiddag, na reeds een paar prospectiebezoeken en helse taxiritten, bestelde ik in het hotel een “club sandwich”. Dat leek me op veilig spelen, gezien het feit dat ik het hotel er niet meteen ging van verdenken mee te dingen naar de prijs “National Hygiene Award 2001”. De toast met kaas en onidentificeerbaar vlees (uiteraard geen ham, want varkensvlees is onrein!) kan er nog door. Maar het geheel is gedeponeerd op een bodem…. frieten! Niet echt krokant, niet echt vettig, beetje neutraal van smaak, maar een scheut zout doet wonderen.
Beste lezer, als je mij een beetje kent zul je me op mijn woord geloven als ik zeg dat mijn maag wel van gewapend beton moet zijn na al wat daar al ooit is ingevallen. Een uur na die club sandwich was ik echter, enfin, details mogen u bespaard blijven, ziek. Iedere lichaamsopening, inclusief die miljoenen zweetporiën, was goed genoeg voor mijn vochtgehalte om er zo snel mogelijk langs te evacueren.
Dinsdag, nine eleven. Toch redelijk geslapen, tussen het pendelen naar de badkamer door. Na nog een Imodium of twee sleep ik mezelf naar een taxi
voor de volgende bezoeken. Omstreeks vier uur kom ik afgepeigerd en drijfnat van het zweet weer aan in mijn hotel. Wie ook ooit een taxi nam in Kaïro zal het genoegen kennen van de open ramen waarlangs de hitte en de uitlaatgassen je in het gezicht slaan terwijl vooraan de meestal corpulente wegpiraat vastbesloten lijkt om die versnellingspook eindelijk uit het chassis te rukken.
Na even bekomen op mijn bed zet ik de TV aan en neem een douche. De enige niet-Arabische post op de TV is het Italiaanse RAI. De beeldkwaliteit is niet van de beste, dus eerst schenk ik er niet al teveel aandacht aan wanneer ik beelden zie van de Twin Towers met boven één ervan een rookpluim. Dan zie ik plots live een vliegtuig in die andere toren vliegen. Even denk ik nog dat het gaat over een simulatie of een videogame voorstelling. Maar de Italiaanse verslaggever klinkt toch een stuk geëxiteerder dan die doorgaans al zijn. En het dringt plots met een schok tot me door wat zich aan het afspelen is. En dat de wereld na die dag niet meer dezelfde zal zijn.
Bij valavond wandel ik door de buurt. Hier en daar staan groepjes mensen te praten. Er kijkt al eens iemand over zijn schouder, en het kan een verkeerde indruk zijn, maar ik heb het gevoel dat er dan een meewarige grijns volgt wanneer men die westerling ziet passeren.
Woensdag 12 september. Onze agent komt me ophalen voor een daguitstap naar Alexandrië alwaar een belangrijk project voor ons op stapel staat. Dat daarna wegens de instorting van het Egyptische pond nooit is van de grond gekomen. De fabriekseigenaar deelt me mee dat volgens de laatste berichten niet alleen alle luchthavens in de USA maar ook die in Europa aan het sluiten zijn. Een kwakkel, zo blijkt later. Maar echt vrolijk word ik niet bij de gedachte misschien wel wekenlang vast te zitten in f**** Kaïro. Ik overloop mijn opties: dan maar een cruise gaan doen op de Nijl? Of misschien beter binnen een paar dagen terugkomen naar Alexandrië en proberen een boot te nemen naar Italië? De Belgische ambassade zal me wel kunnen helpen.
Maar gelukkig kan ik de vrijdag gewoon met het vliegtuig naar huis. Naast me zit een Nederlandse, enigszins verwaarloosd uitziende dame, met haar constant schreiende baby. Af en toe duwt ze mij de lastpost in de handen wanneer ze weer iets moet opdiepen uit één van haar tassen. Ik probeer het boeleke aan het lachen te brengen, en net wanneer dit begint te lukken krijg ik een geut kots op mijn T-shirt. Waarschijnlijk frieten te eten gekregen zeker? Het baasje is echter duidelijk verlicht en schatert het nu uit. Nadat het dan toch eindelijk in slaap is gevallen vertelt zijn moeder me dat ze al zeven jaar in Egypte woont en getrouwd is met een Egyptenaar. Ze verzekert me dat de overgrote meerderheid van de Egyptenaren echt in zijn nopjes is dat de Amerikanen eindelijk eens op hun bek hebben gekregen. Komt ervan, van hun jarenlange blinde steun aan Israël. Ze gaat voor een paar weken op familiebezoek, maar ze laat er weinig twijfel over bestaan: lang zal ze het in Egypte niet meer uithouden.
Telkens als we thuis onze opties voor de vakantiebestemming voor het volgend jaar bespreken, komt bij Annemie steeds Egypte terug als met ster genoteerd. Het mag nu duidelijk zijn waarom ik hiervoor steeds pas.
Jeezes ik zit u nu toch al heel lang aan het lijntje te houden. Ik zit in Hong Kong en permitteer het me om een boom op te zetten over iets van bijna zeven jaar geleden in Egypte. Daarvoor had u niet betaald. Terug dus naar Hong Kong. Waar ik me 24 uur nadat ik hieraan begon te schrijven opnieuw bevind, na intussen een dag in Taiwan. Binnen een uurke het vliegtuig op naar huis. Maar dan ben ik u toch nog een anecdote schuldig over Hans Sanders in Hong Kong, waarvoor u gekomen was.
Ik had gisteren de HST genomen van de luchthaven naar het centrum, had mijn klantenbezoek afgehandeld, en had nog een uurtje om rond te lopen. Dus snel even wat winkels in en uit, en wegens de spotprijzen kom ik toch buiten met een paar hemden, T-shirts en een broek. Terug in het station glij ik mijn retourkaartje door de gleuf met een flair alsof ik al jaren elke dag ditzelfde ritueel doe. Sesam opent zich echter niet. Nog een keer of twee proberen… alvorens ik merk dat ik niet het treinkaartje maar het businesskaartje dat ik daarnet van mijn klant kreeg in handen heb…kleine verstrooidheid. Maar dergelijke akkefietjes neem ik er graag bij om toch maar het trotse gevoel te kunnen smaken dat ik me niet altijd gemakkelijkheidshalve laat verleiden tot het nemen van een taxi. In heel wat landen is het openbaar vervoer niet alleen goedkoper maar ook een stuk sneller en efficiënter. En eerlijkgezegd, ik sla wel graag een praatje met een taxichauffeur, maar na 20 jaar on the road ben ik één bepaalde vraag redelijk beu : “Belgium? And what is your country famous for, seuuuur?” Want dat is altijd een moeilijke. Ja, waarvoor is België bekend, is dan steeds de pijnlijke reflectie…. Vonden we niet de frieten uit, om terug bij het gevreesde onderwerp te komen? Maar aangezien je die per definitie in het Engels French fries moet noemen valt je bewering al in duigen alvorens ze goed en wel is geponeerd. Ha, we exporteren per hoofd van de bevolking het meest ter wereld, is ons altijd gezegd! En wat exporteren we dan zoal? Wapens en munitie, daarmee pak je in een flink aantal landen beter niet uit. Want je kan er vergif op innemen dat we precies in dát land onze wapens slijten aan de verkeerde partij. “Oh yes seuuur, my brother got one of your export products through his brains…”. Nee, iets anders, euhm… voeding! Vleesproducten! Dat pakken ze ons niet af! Nee…. ze nemen er zelfs vaak helemaal niets van af wegens weer een vogelgriep, gekke koeienziekte, varkenspest, blauwtong, of dioxinecrisis.
Dat we goed zijn in het exporteren van politici waar iedereen vanaf wil als regeringsgezant naar de Verenigde Naties is ook niet meteen reclame.
Enfin, ‘k zou zeggen, denk er nog eens over na, ‘k ga hetzelfde doen, en dan hebben we het er misschien een volgende keer weer over…
Hasta la proxima!
Hans S, Hong Kong 23.05.2008
(OL: if you want to write your story here, just sent it to me… concept @ oskarlewis.com)


