ik ben reeds elf weken in exile en schrijf wekelijks een tekstje naar het thuisfront. nu ook op internet!!!

Eerste week :
Het is hier goed! Ik ben hier graag. In La Bastidi, ons buitenhuis in de Aveyron. Ze hebben me mooi weer gegeven ter verwelkoming: “attention pour le soleil” had de oude visser me nog gewaarschuwd! Ja, ja, de tweede dag had ik ‘s avonds hoofdpijn door een lichte zonneslag. Zonnecrème en strooien hoedje op voortaan! Snikheet is het hier over de middag. En zeggen dat Jacques hier vorig jaar de hele maand mei, elke dag, regen heeft gehad, de sukkelaar, en Robrecht en Vanessa komen hier een weekje op bezoek en hebben ook de helft van de tijd binnen gezeten, midden in augustus! Ik klaag niet, hier in de schaduw met mijn theetje en nog een stukje cake dat dochter Andrea me geeft meegegeven op vrijwillige afzondering uit de ratrace.
Ik heb mijn kiwibessen plantjes voorlopig, nog in hun potje, op het terras gezet, half in de schaduw. De plek waar ik ze wilde zetten, de grote weide waar de kindjes in zomer volleyballen en de madams hun meditatie oefeningen doen, vind ik nu niet goed meer. Ik vond er een betere, iets verder en iets hoger. Het probleem was wel dat dit gebied er reeds 30 jaar lang verwilderd bij lag. Ooit zullen daar vroeger wel koeien gegraasd of fruitboompjes gestaan hebben, maar daar is nu toch niets meer van te merken: wilde bomen, bramen, onkruid, … Dus heb ik de laatste twee dagen, van ‘s morgens vroeg tot na zonsondergang, gelijk een niet te stoppen West-Vlaams boerenpaard, heel dat terrein onkruid- en bomen vrij gemaakt. Al mijn botten kraken en al mijn spieren branden: maar ‘t geeft wel een goed gevoel! Zo gelijk de boeren met je handen in de aarde, trekken en sleuren, zagen en verbranden. Een metershoog kampvuur dat ‘s avonds deugd doet aan mijn klagende rug. De jeep is mijn maat en mijn werkbeest. En Choco, de hond, houdt trouwe de wachte. Af en toe maakt ze van zottigheid salto’s met een takje in haar muil.
Ik weet niet of ik op den duur de eenzaamheid zal aankunnen, maar voorlopig voel ik mij op vakantie: op de buiten, schoon weer en buitenwerk. ‘s Avonds een glaasje wijn onder een bedje van miljoenen sterretjes. Nu, ik weet dat dit hier helemaal geen vakantie is!! Ik moet recupereren van een jarenlange sluimerende burn-out. Ik moet alles eens op een rijtje zetten: wie, waar, waarom, hoelang, … Zo van die dingen. Ik zoek eigenlijk een bron. Een nieuwe bron. ( dit doet me eraan denken dat ik hier eens de water bron moet gaan uitkuisen, jaarlijkse job.
) ( lekker zacht water! ) Ik zoek een mens, ergens in mezelf, met vuur en passie en enthousiasme. Ik zoek een reden. Een motivatie. En veel goesting! Ik weet dat dit er ergens inzit, ooit zat het er. Zal wel terugkomen, zeker?
Ondertussen blijf ik hier nog wel een poosje. Ik ben hier graag. Ik werk hier graag. Ik vermoed dat de rust wel komt in mijn kopje en zo plaats maakt voor duidelijkheid. Hier. Zo gerust gelaten. Tussen de ritselende beesten en de kwebbelende vogels, de bonjourende vissers en de eeuwige fluisterende rivier. Vanwaar komt toch al dat water?
‘t Is raar wat alleen zijn met je doet: je loopt een hele dag in jezelf te praten, tegen iedereen. Ik laat de gedachten de vrije loop, laat ze toe, geef ze een plekje. Langzaam aan begin ik me ook aan te passen aan wat mijn lichaam vraagt: vreemd dat je daar in de stad geen rekening mee houdt. Je gaat daar slapen op een bepaald uur, je eet er op een bepaald uur en je gsm maakt je wakker.
Vandaag, bijvoorbeeld had ik gepland om nog eens met de bosmaaier door het nieuwe aanplant terrein te gaan en daarna nog eens met de grasmaaier op laagste stand. Dan zou ik paaltjes slaan waar de bessen moeten komen en …. Maar mijn lichaam wou niet mee deze morgen! Slecht geslapen, liggen woelen de hele nacht. Dan heb ik maar de vier druivelaars geplant, ze smeekten naar vaste grond: Rosetta, Nelly, Gania en Katherina. (daarvoor moest ik wel een hele schuurmuur ont-klimoppen, een achtmeter lange strook ontstenen, ontkruiden en omspitten, maar soit, ze verdienen het, zij die ons zo zalig laten genieten van een glaasje wijn). En verder heeft mijn lichaam platte rust bevolen, tot ik naar de stad ga om te internetten. ( Het doet vreemd aan, je laptop te openen en die begin tune te horen, wereldvreemd)
Tweede week :
De oude notenboom, degene die waarschijnlijk al honderd jaar zijn okkernoten voor ons én de eekhoorns, vlak bij het bruggetje laat vallen, weent dikke tranen. ‘t Is lente, en ik had het moeten weten! Ik had er moeten aan denken. Ik had moeten rekening houden met de ganse boom en me niet alleen focussen op de takken. Er woont een eekhoorn onder de pannen van La Bastidi en dat mooi beestje houdt daar nogal huis! Een rat met een pluimstaart; zo noemen ze dat hier. Het bijt de isolatie én de latten stuk om met de brokken zijn eigen nestje te bouwen. En dat huppelding geraakt daar op het dak door van boom tot boom, van ver over de rivier en via die notenboom op het bovenste balkon te springen. En dan klauter klauter en hij verdwijnt onder de pannen. Ach, zo niet, hé, zo dacht ik en ik zaagde de takken af die het dichtst bij het balkon bengelden…. Maar tijdens de lente zuigen de bomen in grote hoeveelheden water op tot aan het einde van al hun takken (eigenlijk is dit indrukwekkend, hé, zo door dat vaste hout… ) maar als die takken nu geen einde hebben … begint die boom te wenen. Er is een kans dat hij door al dat geween sterft. Ik zou een productje aan de wonden kunnen smeren maar dan is er een kans dat ik zelf sterf: mijn ladder gaat zo hoog niet en ik ben geen klauteraap, hé. Een ezel, ja, maar geen aap. Dus nu staat hij daar te wenen en zijn tranen die schitteren in de zon trekken zo mijn aandacht, telkens ik er passeer. En dan ween ik een beetje mee. Zo gaat dat. De oude notenboom en de ezel. Trouwens, wanneer ik hier zo door de eerste ronde van jobjes ben geraakt ( de grote kamer in orde, de plantage opgericht, enzo…) zal ik op deze manier een paar berken kunstmatig laten wenen in mijn dame-jeannes (bolvormige 25 liter mandflessen). ‘t schijnt dat dit zeer zuiverend vocht is. Ik wil het laten gisten zodanig dat het langer bewaart. Zondagavond, pikkedonker, om 19.49u, hoor ik opeens vanuit het dorp zo’n oorlogssirene loeien. Tja, dan zit je hier zo afgelegen, hoor je dat ding en weet je niet wat het betekent, wat er aan de hand is! Is de fabriek ontploft? Zijn de Duitsers daar weer? … Als kind kende ik dat geluid: elke donderdagmiddag werd het getest en dan wisten we dat, dat dat gewoon testen was: de sirene wordt , tegen het roesten zei men dan, uitgeprobeerd. Er werd voor ons gezorgd. Dat gevoel kregen wij. Maar hier? ‘k Zal dat toch maar eens navragen in ‘t dorp. Zo die sirene, en tal van andere geluiden, vooral als het donker is, roepen een gevoel van angst op. Raar is dat, want in klaarlichte dag heb ik daar geen enkel probleem mee, met geluiden. Integendeel, elke middag probeer ik een half uur op het hoog terras stil te zitten, met mijn ogen dicht en dan focus ik me op het gehoor. Zeer boeiend is dit, het zo binnentreden in de wereld van de blinden. Onvoorstelbaar hoe scherp je gehoor wordt na een kwartier. Dit is voor mij een eerste poging om tot mediteren te komen, tot rust, en een half uur is voor mij al verdomd lang! Maar waarom krijg ik angst als het donker wordt, en bijvoorbeeld niet waneer ik mijn ogen dicht doe? Zou een blinde daar ‘s avonds ook meer last van hebben? Of is het voor een blinde altijd nacht? Choco heeft daar in ieder geval geen last van. Dan gaat ze zo opeens rechtop zitten, de neus zo hoog mogelijk in de lucht, begint ze te grommen en dan stormt ze het bruggetje over en vliegt ze bos in. In de pikkedonker! En ik heb haar of haar panisch vluchtende prooi nog nooit tegen een boom horen botsen. Straffe beesten! Ik ben met de kettingzaag op pad gegaan en heb 35 palen van 5 meter gezaagd, op het dak van de jeep gelegd en ermee naar de kiwiweide gereden. Halverwege dacht ik de de jeep zou gaan kantelen, zo op die hellingen met al dat gewicht zo ver boven het zwaartepunt! Enfin, je maakt wat mee als cowboy! Toen ik daarmee klaar was bedacht ik me dat Yves ( een Oostendenaar die in Viviez woont!) last heeft van woekerende bamboo. Als hij terug is vraag ik of ik er mag komen afzagen: die zijn lichter en blijven lang goed! Ik heb de lijnen uitgezet waar ik de plantentjes wil gaan zetten en dan de spade gepakt om te beginnen met de 70 putten te graven ( voor de palen én de plantjes). Bij de eerste steek in de grond zat ik op een steen! ‘Hier begin ik niet aan’! ‘t Was snel beslist! Lut herinnerde me eraan dat we jarenlang verbouwd hebben zonder cementmolen. Alle cement met de schop gemengd! Toen we uiteindelijk toch maar een molen kochten begrepen pas wat we ons lijf hadden aangedaan, al die jaren! Dus ik zou mijn rug niet kapot steken aan die stenige grond. Een paar telefoontjes in gebroken Frans en ik kwam uit bij George Roquette: de grote baas van de carrière hier om de hoek. 65 jaar en speelt nog altijd met autootjes (van 5 ton dan!) Eigenlijk de vader van de baas, maar hij heeft wel de firma opgericht (voor diegenen die D-rent kennen… Lees : Charel). Via hem kan ik ergens goedkoper een pelle ( graafwerktuig) huren en hijzelf zal hem komen besturen en de putten graven. ‘t Mocht van hem geen bobcatje zijn, hé. Het serieuze werk. Minstens 4 ton! Ik heb hem ooit boven aan de weg een stukje grond laten gebruiken om met zijn camions een ruimere bocht te kunnen nemen naar een chantier hogerop gelegen. Vandaar zijn hulpvaardigheid. Of is hij eigenlijk nieuwsgierig naar die Belg daar beneden in zijn vallei? Is hij op zoek naar een nieuwe impuls in zijn leven? Ik ben curieus… Nu, Die man van de pelle vroeg of hij hem een dag vroeger mocht brengen, dat kwam beter voor hem uit… Tja, dat doe je niet, hé, zo’n uitdagend machine alleen achterlaten op mijn erf! 5 minuutje had ik nodig om het onder de knie te krijgen en 3 uur later zat mijn afwateringssysteem onder de grond: een put van 3 op 1 en 1 diep plus een strook van 10 meter, 0,5 diep. En terug dicht! Met de schop had dit mij een week gekost. En een kapotte rug gegarandeerd. George is langs geweest en bediende het machine sierlijk, alsof het een verlengstuk van zijn eigen lichaam was . Meesterlijk om hem bezig te zien. Hij heeft mooi werk geleverd: hij verdiend een paar Orvals! Hij zal voor mij eens uitzoeken van wie het grote leegstaande gebouw is, aan de ingang van Viviez: dat zou een mooi hotel/restaurant/grand café kunnen worden.. Hij steekt zijn passie voor machines niet onder stoelen of banken. Hij rijdt elk jaar met zijn camper meer dan 1000 km (naar België !) om naar de motorcross te gaan kijken. Ik zelf ben in geen jaren meer naar de cinema gegaan om naar een film te gaan zien, los van de indiana jones en de lord of the rings met de zonen. Maar een passie, waarvoor je je vrouw meeneemt op een 1000 km verre rit in een camper om naar een voorstelling te gaan zien? De toute façon: dat machine moet hier zo snel mogelijk weg, ‘t was zeer nuttig maar nu verpest het de sfeer en zijn rupsband sporen zullen nog lang op mijn gemoed werken, denk ik. Machines zijn niet mijn passie! Vanmorgen heb ik, in het zichtveld van dat machine met een steen en een ijzeren staaf een immens zware steen op de plek gelegd waar ik de eerste trede wil van de trap naar de voordeur. Gewoon met mensenkracht, en ‘k moet zeggen, ‘t doet meer deugd. Als ik iemand verwacht heb ik veel meer energie. Ik weet wanneer Jacques eraan komt, ik zie er naar uit om in mei met Lut rond te trekken in het zuiden, ik wacht op Andrea en haar bende… Raar, maar ‘t geeft me precies moed om verder te doen, om boven mijn krachten te gaan. In dit opzicht vind ik het toch een straf verhaal, dat van Robinson Crusoë, zo alleen en in de onzekerheid om ooit nog mensen te zien. Waar haalde die mens de moed om zich te organiseren. Misschien het boek nog eens lezen. Ach ja! Ik heb fraizeplantjes geplant (aardbeien)
Derde week :
Een voor een, hier en daar, springen er knopjes open. Kleine blaadjes en bloemetjes komen piepen of het nog niet te koud is. De kerselaar staat reeds in bloei: die durft. Hopelijk heeft die geen bijtjes nodig om bestuifd ( of is het bestoven?) te worden want die winteren nog. Af en toe zie ik een speciaal bijen model de zongewarmde muren afzoeken en dan kruipt die in een nisje en komt weer tevoorschijn, op zoek naar een volgend gat: ja ja, de lente dient zich aan. ‘s morgensvroeg hoor ik, als de wind meezit, zelfs de mannen van de carrière van jette geven. Die werken blijkbaar de winterkou van zich af door nog grotere stukken berg met een keer af te kloven. Ik zit graag buiten. Hoe koud het ook is, ik zet ‘s morgens een koffietje en ga dan buiten zitten: dag watertje water en bloempje bloem aan de waterkantkant, dag bladje op het water, dag bruggetje met je roze palen en nootje noteboom. Tjiep tjiep vogeltje en straaltje zon zon zonlicht dat langzaam afdaalt in de vallei. Binnen is alles zo geordend menselijk, zoals slimme Wolfram opmerkt, daar zit geen leven in. Ja, de klok tikt, zoals hij enkel daar tikt, maar als je hem niet opwindt dan valt hij stil. Slijk, slijk en nog eens slijk. Drie dagen lang. Na de passage van het grote machine en een dagenlange regenbui is de omgeving rond het huis veranderd in een modderbrei. Goede aarde zeggen de paserende conaisseurs. Ja ja, dat zal wel. Choco, de hond, trekt zich daar allemaal niets van aan en vond zelfs in dit miezerig weer de moed om instinctief ergens een diepe put te gaan graven: je zou haar moeten zien! De kwispelende slijkbol! Ik ben naar spullenhulp gaan zien of er gaan zaakjes te doen vallen. Ik zoek houten stoelen. Emaüs, zo heet de rommelmarkt naast het imposante kerkhof van Decazeville. Ze zouden het moeten weten, de Emaüsgangers, ze draaiden zich in hun graf. (of zijn die ook opgestegen zoals onze lieve Heer?) Zo’n zootje ongeregeld. Rommel is nog een te schoon woord. Gesorteerd afval, ja, dat is het. Met nog geen handschoen aan zou je het willen vastpakken, die zooi. Nu, het kerkhof was indrukwekkend. Zo volgebouwd, wegens teveel doden op een onuitbreidbaar kerkhof. Ik dacht dat er een rat onder de pannen zat. ‘s Nachts hoor ik altijd gewriemel. Maar het viel me op dat het altijd ongeveer op het zelfde tijdstip gebeurd. Dus is nu mijn nieuwe hypothese dat het vleermuizen zijn. Ach ja, die beestjes moeten ook leven, hé. Vijf dagen heeft het me gekost. Mijn eigen Machu pichu of zoiets. Herinner je je nog die lange trap van de indianen in colombia? Wel zoiets heb ik met mijn zweet en tranen ineen gestoken, maar alleen had ik zoveel treden niet nodig, anders had ik die ook wel zo lang gemaakt. Ik heb langs het huis, om binnen te komen, een nieuwe trap gemaakt. De vorige versies waren uitglij gevaarlijk. Deze zal, bij leven en welzijn, kunnen dienen voor de achterkleinkinderen. Ik maakte een berekening. Bij het wegbreken van een reuzesteen van onder het raam in de keuken, wegens nodig als bovenste trede, vond ik een munstuk van 1943. Het laatste gedeelte van het huis is gebouwd in 1870. Dus 70 jaar later heeft daar iemand beslist om een nieuw raam te steken in die muur. 70 jaar! Maar dat zijn verdorie drie generaties. Dus ik maak hier een trap en Oskar zijn kleinen denkt dat die vernieuwd moet worden, zoiets. Ik denk, ik ga dat hier een arrangeren, zi en dan is Oskar zijn kleinen en die denkt juust hetzelfde. 70 jaar later. Gebouwen en generaties: boeiend, hé. Dinsdag morgen: tijdens mijn morgenkoffie komt Gilbert bulderend de berg af. Geen probleem, hij buldert altijd. Hij heeft zijn visgerief bij. Ik zet een koffie voor hem. 2 minuten later komt ook zijn broer, met visgerief, langs. Ook een koffie. Met zijn drieën op het balkon. En dan horen we in de verte een tractor aankomen: de plaatselijke vissersbond komen hun jaarlijkse vis in de rivier plaatsen. Rare jongens, die vissers: ze zetten vis uit en dan vangen ze ze. Sport, zo noemen ze dat. Gelijk de voetbal: de bal wegsjotten en er dan weer achter lopen. Enfin. Plots staan de twee broers op en gaan ze langs achter buiten. Ik denk, ze gaan gaan vissen. Maar ik zie ze niet verschijn aan de voorkant. Ik ga gaan zien en ze staan daar als twee stoute jongens zich te verschuilen achter een muur. Wat een zicht! En dan valt mijn frank. Ze willen niet gezien worden door de federatie der Vivieese vissers. Ze willen als eerste de pas uitgezette vis vangen zonder dat de federatie daar weet van heeft. ‘t Is schoon om te zien hoe twee ouderlingen (+/- 60 jaar) nog altijd kwajongens streken uithalen. Als de groep met de tractor terugkeert en uit het zicht verdwijnt zie ik Gilbert en zijn broer, in de veilige verte, afdalen vanuit de kiwiweide, en op weg gaan, stroomopwaarts, om jacht te gaan maken op die kompleet de kluts kwijt zijnde aquariumvissen. Oei oei, daar hadden ze niet op gerekend: er was er een van de federatie die nog niet teruggekeerd was… Betrapt!! Dat is nieuws voor de roddelkrant hier in’t dorp!!! Twee minuten later passeert reeds de volgende ‘jager’. ‘t Wordt een drukke dag.
Vierde week :
36 palen. Ik had er al eens 36 afgezaagd en naar de kiwiweide gebracht maar uiteindelijk bleken die uit geen goede houtsoort te zijn. Te zacht. Ze zouden na drie jaar al aan het rotten slagen. Bij Yves, de oostendenaar, zag ik dat zijn bamboe na een paar jaar al barste en zijn sterkte verliest. Nu, de steunpalen waar de kiwibes langs groeit moeten minstens de bes zelf overleven, hé, ( 30 jaar) anders stuikt de uitgegroeide plant ineen. Die is niet sterk genoeg om zichzelf te dragen. Je hebt ook zo’n mensen en die lopen ook met een stok of zo’n speciaal karretje rond. En die rekenen ook op die stok om hen op de been te houden. Dan maar buxus! Dit is de hardste houtsoort die hier te vinden is. De acacia’s, die bomen met die grote doorns aan, zijn ook sterk, maken ze wandelstokken van, maar die staan in de verste weide, stroom afwaarts, en om daar te geraken met de jeep zou ik 2 maal door de rivier moeten rijden én een omgevallen dikke boom doorzagen en van de weg wegslepen. En de kastanjes, ook goed om schuttingen mee te maken, zijn niet recht genoeg. Ik heb dus 36 buxus palen gezaagd en ze stuk voor stuk met hun onderkant in het vuur gelegd. De koolstof sluit de poriën en zo blijft de stok nog langer stevig. Ik heb ze allemaal netjes geordend in de groeven en ze waterpas recht vast gezet in de aarde. Ziet er mooi uit. Zover zijn we al!. Ik heb rond de kiwiweide nieuwe ( gerecupereerde eeuwenoude) palen gezet en prikkeldraad gehangen tegen de herten, die ook graag een groen blaadje lusten. Twee toegangspoortjes en geleidingskabels gehangen. En ik heb ze geplant! De kiwibessen. Ondertussen binnen: de grote kamer is gewit en nonkel Jacques houdt zich bezig met plankjes vast zetten en schoorsteenmantels uitkappen. Er is een ‘bezemkot’ getimmerd (precies een strandkabine!) en het hout van deuren en ramen in een nieuw kleurtje gezet. Baskisch rood! Het werkt goed, zo. Jacques binnen en ik buiten. En als ik dan pauzeer is het net alsof ik National Geographic heb opgezet: dan staat het programma ‘The world according to Jacques’ op. En ik merk dat wanneer je niet reageert in discussievorm maar enkel met een stilzwijgend “hm hm” en “ach ja?” dat die verhalen best wel te doen zijn. ‘t Word pas vervelend als je zelf je mening wil placeren! Vergelijk het met een kindje van drie – vier jaar die iets komt vertellen: daar ga je ook niet mee discussiëren, hé. Stel je voor dat je verwacht dat die kleine jou gedachtegoed respecteert!? Dat je er vanuit gaat dat die kleine naar jou mening zou vragen… Nee, zo werkt het niet! Zo ook niet met Jacques. Allez, papa gaat nu weer gaan verder werken in de tuin, hé. Braaf zijn, hé. Economie. De band van de kruiwagen is stuk. Ik ga naar de winkel en vind een wiel in de rekken voor 27 Euro. Buiten, aan de ingang van diezelfde winkel staat er een kruiwagen in solden voor 25 Euro, inclusief een wiel…. Je moet er eens op letten in een supermarkt: twee halve kosten samen minder dan één hele. En ze leggen dat zo uit dat de grotere verpakking meer kost…. Ik ben niet meer mee. Ik lees hier in een Frans gazetje dat de boeren kwaad zijn omdat ze hun melk goedkoper moeten verkopen dan dat ze moeten betalen voor het voeder van hun koeien en dat men dreigt om de melk te gaan invoeren vanuit Polen! Zouden de lessen economie in de scholen reeds aangepast zijn aan de nieuwe normen? De 20 rijkste landen van de wereld zijn overeen gekomen om 1000.000.000.000 dollar vrij te maken om de wereldeconomie te steunen. Vanwaar komt dan dat geld? Komt dat dan niet uit diezelfde wereldeconomie? En waar gaat dat dan naartoe? En hoe laat zal het terug thuis zijn? Ik kan niet meer lezen. Van dichtbij. Sinds deze week moet ik brillen binnen een afstand van 40 centimeter. Tja. Vanaf nu heet een boommarter dus ‘poes’. Ik kreeg het Choco anders niet uitgelegd. Ik probeerde nog met: “waar is de boommarter?” Ten eerste klinkt het niet en ten tweede stond ze mij aan te staren met een blik van ‘heb ik iets fout gedaan?’. Choco heeft een half uur onder de boom gezeten. De boommarter naar haar hijgend en zij naar de marter blaffend. Tot ik met een stok naar die hijger smeet (tja, ik kon het niet laten om dit tafereeltje niet te storen) en die, zoals ze het beest hier noemen, grote rat met een pluimstaart behendig via de boomkruinen uit het zicht verdween. Choco heeft trouwens naar een visser gebeten! Net op het moment dat ze aan hem wil ruiken roept die man ‘bonjour’ naar mij en van verschot knapte Choco in zijn billen! In het dorp spreken ze er nog van. En nu is het mooi om zien, hoe de vissers niet uit de rivierbedding durven komen en Choco ze langs de kant op de voet volgt, beiden elkaar niet uit het oog verliezend. Onze waakhond. Amaai, je droomt hier nogal! ‘t is fenomenaal welke beelden er allemaal aan je voorbij gaan terwijl je hier slaapt. Is het de lucht? Of de stilte? En vanwaar komen die beelden, hé. Je komt op plaatsen die je in ‘t leven nog nooit bzocht of gezien hebt en je ontmoet mensen (eigenlijk ontmoet je ze niet maar kom je ze tegen) die je nooit eerder zag. Als je tijdens de dag fantaseert durven we dat ook wel eens dromen noemen maar dit is niet te vergelijken met wat je aan beeldenstorm meemaakt tijdens de nacht. Ik probeer er het beste uit te halen. Ik bedoel, ik probeer de beelden en de gemoedstoestanden zo goed mogelijk te onthouden, ze mee te nemen in de dag. Ja, dat is ook zoiets: de meeste dromen herinner je je niet meer. Toch straf, hé. Al die indrukwekkende momenten en prachtige fantasierijke sferen en die smelten dan als sneeuw voor de zon. Zijn die dan zinloos, als je ze je toch niet herinnert? Is er ook maar iets zinloos van alles wat we meemaken? En wat is er dan de zin van? Van die dromen. Ik weet dat vele psychologen en filosofen zich hier al mee bezighielden (hoe verdienden die trouwens hun geld?) maar nog nooit vond ik een sluitende verklaring voor dit nachtelijks fenomeen. Nu, ‘t blijft boeiend en hier word je er rijkelijk van bediend. Volgens mij kunnen vogels met elkaar communiceren. Toen ik vandaag alleen op mijn kiwiweide aan het ploeteren was: piquetten vast zetten, prikkeldraad recupereren, bosmaaien, enzovoort, lette ik op de dialogen tussen de vogels. Als je ervan uitgaat dat ze tegen elkaar praten dan klinkt dit getjilp ineens zeer boeiend! En ik ga ervan uit dat ze op zeer ontwikkelde manier met elkaar communiceren: hoeveel maak je het mee dat vogels ruzie maken? Niet veel, hé. Of het moeten zeemeeuwen zijn die vliegen te schooien aan de dijk voor wat broodkruimels, of Vlaamse gaaien die het niet pikken dat kraaien met hun prooi aan de haal gaan. Maar in de wilde natuur… daar kom je dat niet tegen: kibbelende vogels. Flirtende en spelende vogels, ja, maar geen ruziënde. Ik denk dat ze met elkaar praten. En luisteren. Er is er echter een die ik zo zou schieten! Ik noem hem de gsm vogel. Iedere keer hij tjierpt denk je dat je gsm afgaat! Ach nee, dat kan niet meer, sinds ik ermee een hele dag in de regen heb gewerkt is hij verzopen. Hij kon daar neit tegen! Dus nu heb ik geen gsm meer. Dat is pas een vreemd gevoel: te merken dat je verslaafd bent aan een gsm!!! Als alles een beetje meezit heb ik zaterdag terug een gsm. Alle gsm’s in de streek hier zijn geblockeerd, verbonden aan een winkel of netwerk. En om te deblockeren, zodanig dat ik mijn kaart kan gebruiken, kost het 100 euro én zes maanden…. Rare jongens, die fransen. Ik heb er een in Parijs besteld en wacht op een koerier. Michel, de 74 jarige coiffeur van Decazeville, gaat eind mei met pensioen. Na 55 jaar haar knippen. ( bij ons zagen ze over een 34 uren week!!!) Dit kwam hij hier eventjes vertellen, voor de deur, aan de pont d’amour, met zijn grijze haren mooi jeanetterig opgestoken. Hij gaat het er nu eens goed van nemen… Toen ik vanmiddag op het balkon liep, kwam ik opeens in de weerspiegeling van het raam, mezelf tegen. Tja, dat heb je als je zonder spiegels leeft. En ik moet zeggen, ik was blij verrast toen ik zag dat de drie weken trekken en sleuren zijn sporen hebben achtergelaten. Ik ga nu niet direct gaan solliciteren voor een rol in Conan de Barbaar maar ik was content toen ik , eindelijk, na al die jaren van afwezigheid voor dat flikkerend computerscherm, terug de spieren zag op borst, armen en schouders. Het leven op de buiten verandert een mens, en niet alleen de innerlijke. Maar wat gaan de dagen hier voorbij, jong. Aan een sneltrein tempo. Ik herinner me, als kind, dat een zomermiddag weken kon duren. Dat je in het gras kon liggen staren naar paserende wolken. Een eeuwigheid duurde dat. En nu, hier, zwoef! Wat was dat? Je leven die voorbij vloog. Mag ik het nog eens zien? Nee. En dan te bedenken dat er ook nu, op dit eigenste moment ergens kinderen naar de wolken aan het fantaseren zijn, op diezelfde dag dat voor mij de sneltrein passeert: twee verschillende tempos en tijden op het zelfde moment? Hoe leg je dat uit? Het telefoontje van Robrecht met de boodschap dat hij volgend weekend waarschijnlijk eens langs komt heeft me deugd gedaan. Ja, La Bastidi is bereikbaar! Met de nachttrein kom je hier in het dorp dan aan om 6 uur des morgens… Blijde verwachting. ‘t is volle maan, maar ze zit achter de berg. Mooi om zien, zo die schaduwlijn., dat licht onder de horizon. Ik heb de evolutie van lege naar volle maan kunnen meemaken. Twee weken dus. Elke dag iets voller en iets meer naar het westen tot ze, deze avond niet meer verscheen( maar wel staat te popelen om te voor-schijn te komen, en dus vol is. In de loop van de nacht, als de zon meer en meer, dieper en dieper, aan de andere kant zakt, zal ze de vallei wel komen verlichten. Mooi licht trouwens. Gisteren nacht ben ik nog met Choco gaan wandelen in het manelicht. Ik heb zelfs nog een vuurtje gemaakt buiten. Dat was geen enkele moeite, daar ik de dag daarvoor een hele berg afvaltakken had verbrand, moest ik er dan alleen maar enkele twijgjes op het as leggen of de brand zat er terug in. En vanmorgen, na die maannacht, kwam de zon op op precies dezelfde plek als waar de maan opkwam. En toen viel ik bijna van’t balkon. Omdat mijn hoofd begon te draaien! Omdat ik probeerde te snappen dat de aarde rond zijn as draait en da maan rond de aarde en die twee samen rond de zon, die eigenlijk stil hangt (denken we)en terwijl ik dit bedacht probeerde ik te snappen waneer er volle en waneer er lege maan is. Toen ben ik gaan zitten en dronk gewoon verder mijn koffietje…

vijfde week :
Choco en het hert, ofte, buikverhalen. Er komt een visser langs en na het gebruikelijke gebonjour et le temps comme si comme ça verteld hij me dat hij stroomopwaarts,even voorbij de ruines, het lijk van een mannelijk hert heeft gevonden. Tja, de cirkel des levens, hé. Maar nu is het inderdaad al een week stil rond het hert dat hier al weken al blakend aan het rondlopen was. ‘Attaqué par des chiens sauvages’ : luidde het oordeel van de visser, ‘dommage.’ en hij weer op weg. Ik kijk naar Choco en zij gebaart van niets natuurlijk, wat dacht je. Terzelfdertijd zie ik Jacques naar de wc strompelen, met zijn handen op zijn dikke buik. ‘Alweer’, zo denk ik, ‘ maar ja, met de jaren begint alles wat losser te zitten, zeker?’. Nu Jacques snoept graag dus denk ik dat dit een normale zaak is, dat voor de zoveelste maal in een dag naar achteren gaan. Hij strompelt terug, lijkbleek, en ik installeer hem achter het huis in de stilte en de schaduw, in de nieuwe stoel. Zijn broeksriem open, en hij zuchten en steunen dat alles draait; in zijn hoofd én in zijn buik. Soit. Rust maar wat. Ik met Choco op pad naar dat lijk. Ik wil zien aan haar reactie of ze van meer weet. We waren al voorbij het kadaver gepasseerd als Choco opeens ‘een maaltijd’ ruikt en snel op haar passen terugkeert. Oeps, denk ik en ik ren haar achterna. Van in de verte zie ik haar trekken en scheuren aan dat lijk en gulzige happen nemen. Precies zoals op tv. Choco!!! Foei enzo en wij terug naar huis. Het hertje was inderdaad in zijn schouder gebeten en zijn buikje lag al open, vol ongedierte. Schoon zicht. Terug thuis zit Jacques met zijn dikke buik nog altijd te steunen. Een paar dagen geleden had hij mij gezegd dat hij wilde vermageren. Ik vraag hem of hij iets speciaals gedronken heeft en hij zegt, neen, alleen een theetje (in Brugge wordt alles met tje gezegd, theetje, gebouwtje, wereldje, heelaltje, … Minderwaardigheidscomplexje…) Ik ga gaan zien en weet je welke thee hij gedronken heeft? Ventre plat, platte buik thee, ha ha ha. Grote kuis in’t fornuis. Ondertussen is Choco verdwenen…. Driekwartier later komt ze terug: verdubbeld (letterlijk!) in omvang, amper in staat om nog te bewegen. En jacques had net daarvoor, toen ik mijn ongerustheid over haar uitte, dat een hond alleen maar eet wat hij nodig heeft… Moet je haar daar zien liggen: ventre plein, volle buik. En dat hertje? Dat wil je niet weten.
Arno zingt: “il y a des gens qui parle beaucoup, mais qui disent rein du tout…”
Ik heb bezoek gehad van Raf en Christel. Ik ken raf al lang, we ontmoeten elkaar om de tien jaar een keer. Hij was ooit nog (en hij kende het nog) in ‘ het lastig leven’, het café van Lut en ik in Oostende. Van zover in de tijd gaat hij al mee. Antwerpenaar, babbelaar, en woont sinds drie jaar op een uur rijden van hier. Een hele middag én een avond aan een stuk babbelen. Ik vooral luisteren. In het begin vind ik het allemaal wel boeiend maar op den duur begint mijn hoofd te draaien. Heel veel woorden maar geen bezieling. Nu, hij meent dat niet slecht maar ‘t is gewoon mijn ding niet: weetjes. Ik wil weten hoe het met de mens is, nu. Hoe hij zich nu, in die omgeving en die tijd, voelt. Wat hij meemaakt, wat hij ervaart, waar hij naar verlangt, waar hij van droomt. Ik wil niet weten wat hij allemaal onthouden heeft! Enfin. Slecht geslapen, bijna niet, die nacht en de volgende morgen tot laat in de dag hoofdpijn. Wat doe je met zo’n bezoek? Die mens rijd Een uur om mij te komen bezoeken: ik kan toch niet na vijf minuten vragen of hij weer weggaat? En naar zijn ziele roerselen vragen lukt meestal niet. Het vragen lukt wel maar er komt geen gesprek die mij boeit uit voort. Iemand tips?
Robrecht heeft chance dat de treinen wegens pasen volzet waren en hij dus geen ticketje kon bemachtigen: heel de zaterdag lang heeft het hier geregend. Ik ben deze keer niet buiten gaan werken, maar ik heb in de garage een hondehok ineen gestoken, met allemaal gerecupereerd hout en vijzen. ‘t Lijkt wel een Vic Gentil, maar dan met afval hout. Ik heb hem buiten gezet op een mooi plekje bij de voordeur. Nieuwsgierig of Choco erin zal kruipen om te slapen. Vannacht doe ik de test en laat haar buiten: dit heeft ze nog nooit meegemaakt….
Tijdens het maken van dit hok heb ik iets bijgeleerd. Ik benader een job meestal vanuit een resultaat. In dit geval moest het dak een, naar houten planken-normen, onmogelijke vorm hebben. Het moest dus een soort mozaïk van plankjes worden. Ik was al goed bezig toen mijn frank viel dat een dak ook praktische vereisten heeft. Het water moet er bijvoorbeeld afglijden. En daar had ik geen rekening mee gehouden. Ik focuste mij alleen op het artistieke resultaat. Ik heb alle plankjes er weer afgevezen en ben onderaan begonnen in plaats van bovenaan. Als je dakpannen legt begin je onderaan en legt telkens de volgende laag erop, zodanig dat het water naar beneden sijpelt van de ene pan op de anderen. Dus onderaan beginnen! En niet zoals ik eerst deed, met het eindresultaat voor ogen de vorm die ik in gedachten heb proberen te realiseren. Het was een oefening om helemaal opnieuw te beginnen, maar ….! Door onderaan te beginnen werkte ik veel meer organisch en het resultaat is dan ook beter en mooier én praktischer dan ik voorzien had. hè hè. En als Choco er nu nog haar nestje in wil maken…
De paasklok bracht nog meer regen, de rivier steeg 30 centimeter, dus heb ik het werkkot anex houtkot opgeruimd, en met enkele oude houtjes een stoel gemaakt! Voila, de creativiteit komt terug!! Eerst dat hondehok, dan die stoel en ik heb reeds een liedje herwerkt en opgenomen, … Waar gaat dat eindigen, waar gaat dit eindigen? ( klinkt allemaal goed en wel maar ‘t niveau is er nog niet, hoor
)
Jacques wordt vergeetachtig! Hij vraagt opnieuw wat hij uren geleden reeds gevraagd heeft (of is dit een teken van niet luisteren naar het antwoord?) en hij vergeet wat hij al verteld heeft ( maar dat had hij al, zeker?) . Nu, dit is zijn zaak, uiteraard, mijn zaak is het hoe daarop te reageren. Ik probeer gewoon de tweede maal nog eens te antwoorden (maar dat valt mij moeilijk) en ook een tweede maal te luisteren naar hetzelfde verhaal (of een derde maal, een vierde maal, …). Geduld hebben met anderen is een schone zaak. Het is leuk om eens met een gehandicapte te lachten maar eigenlijk hoort het niet. Met elkaars dialect lachen, met spreekfouten, met stunteligheid met traagheid van begrip… Daar geduld voor kunnen opbrengen: ik zou het graag kunnen. Het is ons anders aangeleerd, in die zin dat je geen fouten mag maken, dat je proper moet zijn, dat je op school je best moet doen, enzovoort. Met het gevolg dat als je de norm niet haalt je enerzijds gestraft word en anderzijds jezelf met een onzekerheids gevoel opzadelt. Let er maar eens op, hoe nauwgezet je anderen in het oog houdt hoe ze jou controleren en hoe jij hen controleert. Neen, geduld hebben is een schone zaak. Allez Jacques, vertel me nog eens hoe je daar in zuid-afrika verzeild bent geraakt….. ( je merkt aan mijn tekstjes dat het regent, hé. Als het regent dan zit je meer ‘binnen’)
Pasen. Ze gaan naar het kerkhof om bloemetjes bij het graf van hun vriend te leggen en ze merken dat het graf openligt! En dat het lijk weg is!!! En nog straffer: één van hen komt hun vriend gewoon tegen, langs de weg., in levende lijve!! Nadat hij praktisch doodgemarteld is en doorspiest is met een lans, nagels uit handen en voeten getrokken (met een knijptang?) gebalsemd met welriekende kruiden, in doeken gedraaid en begraven ..!!! Jeeezus! Komt dat tegen.
Zesde week:
Je snijdt de bloemen en enkele kleine blaadjes van de kool af, kookt ze een klein beetje, laat ze uitlekken, stooft ze in boter en roert er een eitje doorheen…. Dit, met een rood wijntje, mmm, heerlijk. Tussen de regenvlagen door ben ik bezig met uit ruwe, ongeschaafde, kromme Franse planken een buitendeur te maken. Timmerman is een mooie stiel. Het ruwe hout schaven en vijlen. Verbindingen maken zonder nagels en vijzen te gebruiken. Houten pluggen en welriekende kolle. . Winkelhaken en spanschroeven. De bijtels slijpen. De houtkrullen heb ik naar de buitenwc gebracht: daar zitten een drietal muisjes een nestje te bouwen en ze doen dat met wc papier… Nu met houtvijsel dus. We zijn zelfs begonnen met het gat te kappen om in de keuken een raam te kunnen steken. Door een 50 cm dikke muur. De geschiedenis doorbreken. Daarna, als het raam en de deur erin zitten beginnen we aan de keuken. ‘t schiet hier goed op. De grote kamer heeft zijn laatste vloer-vernislaag gekregen: als die droog is kunnen eindelijk de kasten en de tafel terug geplaatst worden en wordt de leefruimte hier weer wat comfortabeler: hier zo met J in dit volle keukentje de regen trotseren…. Dat wil je niet meemaken. Het moet nogal wat zijn, zo, voor gevangenen, om zo met een wildvreemde die god weet wat heeft uitgespookt een cel te moeten delen. Ik geloof nooit dat dit je goed gedrag en zeden te goede komt. Maar ja, ik weet het, waar moet je er mee naar toe, hé, met geboefte? Een sneetje zelfgebakken bruin brood, boursin (die met peper!!) en een paar schijfjes peer van de soort Williams, jong jong, wat een smakelijk genot! Gilbert raadt me aan om klimbonen en ajuinen te kweken, als beginnend tuinier. Ik ga, ergens deze week, eens naar zo’n grote serre, in een van de dorpen hier in de buurt, en ik koop me enkele plantjes… Nu, sla enzo moet ik toch ook nog aankunnen, zeker? En Patatten! Om frieten of Spaanse ommelet te maken? En Wortels voor de stoemp? Allez, piece of cake, toch? En radijsjes, om in de zout te doppen… We zullen zien. Ik heb een filmpje gemaakt van de stromende rivier na een paar dagen regen en heb er muziek opgezet van een liedje waarvan we de tekst hier aan het kampvuur schreven: de kinderen en ik. Jenny, mijn Jenny, kom terug bij mij, die vent dat is geen goeie, jij past alleen bij mij., oh Jenny, oh Jenny komt terug bij mij en laat ons dansen in de maneschijn… Op youtube. http://www.youtube.com/watch?v=TY1YUsNY24g Door te praten met de mensen leer je Frans. Zeggen ze. Je moet eens Frans leren in de volgende situatie: je bent bij Gilbert en Monique thuis en je staat op de balkon naar beneden te praten met Gilbert. Monique staat naast je. En dan! Simultaan vertelt Monique aan Gilbert het hele vehaal van hoe de vrouw van de dokter, wiens zoon twee jaar geleden gestorven is tijdens een werkongeval en die nu nog elke dag naar het kerkhof gaat, begin mei meiklokjes komt halen bij haar terwijl Gilbert mij uitlegt hoe hij zijn bosmaaier heeft vermaakt door de centrale as er uit te boren en er een nieuw bout in te steken, maar deze keer met de moer aan de buitenkant. Maar echt simultaan, hé, en de een niet onderdoend voor de ander, hé. En dan komt Florean, de kleinzoon, nog wat aandacht vragen, op dezelfde niet luisterende manier. Gewoon, terzelfdertijd, door elkaar. Rare jongens, die romeinen. Ach ja, je stooft een paar uien, laat er een paar appeltjes in gaar worden, doe er wat rietsuiker bij, kaneel (om de madams heet te maken) en een beetje rode wijn om te blussen. Boterhammetje met boter in doppen… Een beetje blauwe kaas erbij …. De gezwollen rivier klotst, een geluid makend gelijkend op het rollen van de golven aan zee. Gaan we terug aan zee gaan wonen? Vandaag Indiana Jones gespeeld! Toen ik terug kwam van enkele winkels en mijn jeep had ingeladen met drie ramen, vier planken, vier zakken cement, eten en wat verf enzo, merkte ik dat ik niet naar benden kon rijden: mijn ouwe maat, George Roquette, die van de carrière, was blijkbaar een nieuw gedeelte van zijn berg aan het afschrapen en kwam, zoals afgesproken, de toplaag, waar hij in zin bedrijf niets mee kan aanvangen, bij mij aan de parking uitstrooien, zodanig dat hij langzaam aan de weg naar beneden zou verbreden. Dus daar stond ik, met mijn gerief, daarboven aan die parking. Ik had al in alle winkels moeten wachten (dat moet ik nog afleren, zi, dat wachten!)en nu weer! Er kwamen nog drie camions hun toplaag uitspuwen en dan kwam de gigantische buldozer om de boel wat te duwen en te persen. Tussendoor maakt die kraanman een weggetje vrij en zegt mij dat ik door mag. Merci, monsieur! En ik naar beneden. Op weg naar beneden reed ik tussen de naar beneden rollende stenen. Nu, bij ‘stenen’ denken jullie wellicht aan keitjes om mee te keilen op het water, hé? Neen, echte stenen, niet te heffen brokken rots passeerden horizontaal voor en achter de jeep langs. Dit was even slikken, hoor! En ik moest, om de spanning wat op te drijven, een paar keer stoppen om de weg vrij te maken, zo van die ‘steentjes’ van de weg af rollen, constant die helling boven me in de gaten houdend. Je maakt wat mee, daar, op dat weggetje. En vijftig meter verder zit Jacques dan op zijn gemakt te wachten tot ik terug ben om zijn verhaal van de ochtend te kunnen rakelen niet wetend welke spannende avonturen zich afspelen, net om de hoek. ‘t is een rustige vallei, als je dicht bij het huis blijft…. De grote kamer is klaar. Nu het er nog gezellig maken met prutsjes en kadertjes. Het gaat vooruit!
Zevende week :
Blaren op mijn handen. Er is hier een werktuigje waar ik zeer graag , en dus zeer veel mee werk. Ik noem het mijn afrikaantje, vrouwelijk van gevoel. Het is een korte dikke steel, ongeveer 75 cm lang met op het eind, dwars erop, een soort kleine ploegschaar. Als je met je gesloten vinger in het zand graait, … Zo ziet het eruit. Je kent het wel uit documentaires, je ziet er die Afrikaanse en zuid Amerikaanse mannen en vrouwen mee de grond bewerken. Een zeer handig (!) ding dat veel werk verzet. K heb hiermee een 60 vierkante meter hellinggrond omgeploegd. Al zingend, gelijk de slaven die de spoorwegen in Amerika hebben aangelegd. Alleen, ik ben vrij. Ik heb nu dus een groentetuin: een bonenveldje, tomatenzaadjes gezaaid en ook in plantvorm uitgezet, radijzen en wortels gezaaid, prei in plantjes alsook, pepers, sla en rodekool. In de fruitboomweide vond ik wilde ui en ik heb die voorzichtig uitgegraven en ook in de groetentuin geplant. Het moet snel gaan bij mij, en direct! Ik ging vanmiddag in Bouillac naar een grote serre waar men groenten en bloemen opkweekt. Ik koop er plantjes en ga die dan direct planten. Ik kan daar niet mee wachten. Jacques moest wachten met de soep tot ik terug kwam uit de tuin. Zo gaat dat. Na de soep kreeg ik het idee om de oude plankjes, die als schutting dienden bij het oude balkon te gebruiken als dekplaat van een oud kastje die ik op de rommelmarkt kocht en waar het marmeren bovenblad van ontbrak. Ewel, ik begin daar dan aan en om 23 uur is dat kastje klaar, vernist en al. Zo gaat dat, bij mij. Ik begin eraan en dan moet dat vooruit gaan. Bij de laatste vijf nagels sla tot ik drie maal toe al vloekend op mijn vingers. Jacques heeft, door zijn traag, gestaag en doordacht werken, hier al veel tijd gespaard. Het gebeurt veel dat ik mijn plannen moet herzien en dan herbeginnen met een job. Ik wordt nerveus en dan moet het vooruit gaan. Ik zou de deur al in het gat hangen nog voor de cement rond het kader al droog is. Dan moet ik wachten van hem. Gelukkig, soms. Soms? Ewel, deze morgen wilde ik al een deur op maat zagen toen ik merkte dat het deurgat niet overal even breed was… Je ziet, ik leer bij, ik kan mij al inhouden!! Maar … Oei oei oei, hoe moet ik Jacques nu uitleggen dat hij een fout heeft gemaakt. Ik ben meestal een uur vroeger wakker en op dan hem (7 uur) dus had ik een uur om mij op zijn verdedigingstorm voor te bereiden: hij is van horoscoop een schorpioen, die steken nogal reflexmatig wild in het rond, als ze bedreigd worden. Hij komt blij gemutst binnen in de keuken en vraagt mij hoe het met mij gaat. Ik direct de koe bij de horens en toon hem de fout. Jong jong: die balk was krom, mijn maatstokjes niet gelijk, “hoeveel deuren denk je dat ik hier al gestoken heb? Ze zijn allemaal krom”, “ ik heb alles goed nagemeten”, “die balk is vannacht kromgetrokken”, “ jij hebt die balk gekocht”, “ik controleer altijd mijn balken”, …, het stopte niet met aanvallen en verdedigen. Ik probeerde nog met te stellen dat ik alleen maar wees op het feit dat het gat niet gelijk was, dat ik niet beschuldigde, dat ik een oplossing wou, dat ik voort wilde werken, …. Neen, hij bleef maar vuren.. Tot ik hem een opdracht gaf! “haal die kromme balk eruit” (hij wou hem erin laten en de deur even krom zagen zodanig dat hij in het gat zou passen!!! Ga met zo iemand naar de oorlog!?) Je moet sommige mensen opdrachten geven, anders doen ze in hun hysterie niet voort, of staan ze niet stil bij de zaken(‘’t is maar hoe je het bekijkt, hé ) “ die balk er uit, nu!” Ik heb die kromme balk dan met de schaaf bewerkt tot die drie rechte zijden had en we hebben hem tevreden terug geplaatst. Nog tot het einde van de dag bleef het vuren nasudderen “… En toch heb ik alles gemeten….” Maar waar had ik het over? Ach ja, de plantjes… Ik heb aan het bruggetje bloemen geplant en afgezoomd met bleke keien. Is dit erover? Wat? Moet ik die keien wit schilderen? Neeee. Humor of een ziekelijke gewoonte? Ik zit helemaal alleen in het internetcafé/restaurant, zelfs niemand achter de contoir, en ik zit ergens achteraan. Komt daar een oud mannetje binnen, hij kan mij niet zien, en hij zegt luidop “bonjour mesieurs dammes.” Hij komt dus een lege zaal binnen en groet iedereen. Is dit humor, of een gewoonte? Ik moet er in ieder geval om lachen en Ik hoop dat het humor is want dit verrijkt een mens. Anderzijds is een gewoonte ook wel iets moois. Ik heb tegenwoordig, iedere keer als ik aanschuif aan tafel, de reflex om een kruisteken te maken. Dit is begonnen als grapje (ik moest denken aan Lut’s vader die dat altijd deed) maar nu is het een gewoonte geworden waar ik telkens opnieuw mee geconfronteerd wordt. Nu, een kruisteken maken, bedanken voor het eten, is op zich geen slecht gebaar, natuurlijk. Het is dus een gewoonte met een mooie achterliggende bedoeling. Als die bedoeling telkens naar de oppervlakte, de duidelijkheid, komt is dat goed. Maar wat met gewoontes die geen goede bedoeling hebben en waar je mee zit? Cigaretten roken, bijvoorbeeld (je ziet ze minder en minder, de kracht van politiek). Alcohol, liegen, lui zijn, vergeten, kwetsen, snoepen, te laat zijn, veroordelen, veronderstellen, … , allemaal gewoontes. Hier over kun je verder nadenken, hé. Oeist? Goed. Nog zoiets om over na te denken: waar komt het woordje ‘hallo’ vandaan? Wat betekent het? Wie heeft het voor het eerst gebruikt? Waarom gebruikt de helft van de wereld het als ze de telefoon opnemen? Je bent wat je eet, zeggen ze! Choco eet hert, Choco wordt hert! En ik maar prikkeldraad rond mijn plantage spannen omdat de herten er niet in zouden kunnen geraken en dan gaat Choco des nachts op zijn dooie gemak, in plaats van op de herten te jagen, mijn jonge sla plantjes gaan opeten! En nu wordt het spannend: vandaag heeft ze een muis gevangen (?) en opgegeten. Choco wordt muis?!? Wat gaat ze nu gaan uitvreten? Zullen de katten achter haar aanzitten? En wat doet de hond? Piep! Nog meer dierenleed. Sinds een tijdje waggelt en zwemt hier een koppeltje eenden voorbij. In de bruisende rivier en langs de kant op het weggetje aan de overkant. Ik sla ze gaarne gade. En dan fantaseer ik hun gesprekken, zoals Lafontaine dat zou doen. “Weet je zeker dat het langs hier is?” vraagt zij dan. En hij: “Natuurlijk, volg mij maar.” En zij weer; “Maar ik zou zweren dat we hier al gepasseerd zijn.” En hij: “Dan moet je maar minder zweren.” en ga zo maar door. ‘t Is een amusante bezighouding. Dit spelletje doe ik trouwens ook graag met mensen die ik bekijk. Of bij een film, als je het geluid afzet. Moet je eens proberen met een maat, elk een rol: lachen! Jacques en ik praten nogal, en soms roepen we (als de een in de kelder zit bvb.) maar die eendjes reageren daar nooit op. Nu, ik zit op ‘t balkon gezellig niets te doen (tussen twee jobs door!) en passeren die twee weer vrolijk waggelend tussen het hoge gras (mijn grasmachien is kapot en ik wacht op Lut: zij brengt een nieuwe aandrijfriem mee) (letterlijk en figuurlijk) (dat van die aandrijfriem) en ik kan me niet inhouden en : “kwèk kwèk kwèk kwèk kwèk kwèk kwèk!!!” ik, luid hardop van af het balkon. Opeens staan die twee stil en reiken de hals omhoog. Ze hebben me gehoord. Ik opnieuw: “kwèk kwèk kwèk kwèk kwèk kwèk kwèk!!! En weer die alerte handeling. En dan neemt het mannetje het initiatief. Hij had heel de tijd achterop gelopen, waarschijnlijk mompelend “als zij het beter weet, dat ze dan zelf maar bepaalt waar we naartoe moeten, hé.” Hij steekt haar resoluut voorbij , “Uit de kant!” en gaat prompt voor haar lopen, iets sneller dan haar gebruikelijke pas. Zij moet bijpoten om zijn zijn buurt te kunnen waggelen. “Maar dat is helemaal niet waar wat die meneer daar op zijn balkon naar ons riep!!!” En opeens doe ik mee in mijn eigen spelletje van ‘wat zouden ze zeggen’ Wat heb ik naar hen geroepen opdat hij opeens het initiatief neemt, het roer weer in handen neemt? Wat betekent: “kwèk kwèk kwèk kwèk kwèk kwèk kwèk!!!”? Iemand een idee? Spreekt iemand eends? En nog meer beesten: ik vond, op weg naar de plantage, een adder (Vipera Berus). Ik had er waarschijnlijk de vorige dag, toen ik daar ook passeerde, op getrapt en het 50 cm lange beestje alzo gedood. Och arme. Ik nam het nog beweegbaar kadavertje mee naar binnen. En nu komt het. Het is indrukwekkend hoe onze reacties en reflexen blijven werken, los van ons verstand. Ik toon het beestje aan Jacques en zeg hem duidelijk dat het dood is. En toch, als ik er te dicht mee bij hem kom trekt hij zich terug. Straf, hé, die reflexen. Ik leg het beestje op de terrastafel en de volgende dag, als ik mij daar installeer om me te scheren schrik ook ik van die slangevorm. En gedurende de gehele scheerpartij blijft dit kadavertje me intrigeren. Straf hoe ons lichaam, ons systeem, onze angsten, ons zo bezighouden dat we zelfs op onze hoede zijn voor een dood ding. Eeuwenoude overleving, zelfbehoudende instincten. Los van ons bewustzijn! Iemand of iets leeft in ons, zonder dat wij daar vat op hebben. En daar lopen wij heel de tijd mee rond! En dan is er natuurlijk nog het beest in mij, maar als je daar meer over wilt weten zul je toch die 1000 km moeten afleggen! achtste week:
Lut is er deze week, dus niet veel tekstjes. Alhoewel. Lut is er deze week, dus veel tekstjes, misschien niet uitgeschreven, maar veel tekstjes!
De stoelen. De eerste vijf kocht ik bij Emaüs; die junkyard in Decazeville. Ik kon er nogal stevig afbieden. Stoelen voor rond de ronde tafel. De tafel die ik samen met Robrecht en Jan maakte uit de oude planken van het balkon die we net afgebroken hadden, eind vorige zomer. 12 heb ik er nodig. En ik wil houten stoelen, geen stoelen met sky of stoffen zittingen. Als wij hier tijdens de koude winters lange tijd niet zijn beginnen sommige zaken te schimmelen, of dragen ze op zijn minst een schimmel reuk als we de voordeur maar eerst in de lente opendoen. Vandaag, 1mei, meiklokjesdag in Frankrijk, was er ‘brocante’ (lees rommel) markt in Cransac. Ik moet altijd aan grote zak denken bij Cransac, een dorpje net voorbij Aubin, alwaar er thermen zijn. ( chez le chemin, ze hebben hier ook een Luszac, een Montsac, een Rothsac, een Viazac, ) Cransac, ja ja, er komt heet water uit de grond gespoten, en dan bouwen ze daar een enorme chalet bovenop en halen enkele masseuses in huis en dan heb je ‘thermen’. Enfin. Ik naar die markt. Na een toer tussen oud zolder tuig zie ik daar, midden op een grasveldje zes oude, degelijke, handgemaakte stoelen staan, met daarbij een koppel Roma mensen met hun 14 jarige zoon. Die zigeunermadam kan aura’s lezen of zo maar als ik dichterbij kom zegt ze me plots dat ze zeer goedkoop zijn, alle zes voor 100 euro. “Met de hand gebeiteld, zie maar” wijst de zigeunerman. Zij dik, hij graatmager. Zij gouden tanden, hij hier en daar nog een. Ik zeg niets, overdonderd door het koppel, de zoon, de stoelen, de situatie, de joebox met zijn idiote discomuziek, de braadlucht, … “Wij zijn aan het opruimen thuis” zegt de madam. Ik denk : “die hebben ze natuurlijk ergens gestolen”. Tja, ook ik, mijn zoon, leeft met vooroordelen! Ik zeg niets. Zij zegt “50 Euro”. Ik zeg niets. Stilte. Ik zeg “alle zes voor 40 Euro” Beiden slaken een zucht van ongeloof. Ik zeg niets. Dan zeggen ze dat het ok is. Deal. Geld uit mijn portemonnee. Zij ziet nog meer geld zitten en vraagt 10 Euro extra, voor de kinderen. Ik zeg “neen!” en vraag of de zoon me kan helpen ze naar de auto te dragen. Hij moet, natuurlijk, van zijn ouders. En terwijl de vader, ik en de zoon de stoelen vastnemen zegt de moeder dat ze de teevee ook moeten verkopen. Begint die man daar een scène te maken van jewelste. Toch zijn teevee niet, zeker. Of ze zot is geworden. Teef en nog meer van die woorden die ik nog niet ken. Ondertussen zeg ik ‘Allez’ en doe de stoelen stoet op gang komen. De man blijft zijn tanden laten trillen en pas dan merk ik de zoon op. Wat een blik. Onbeschrijfelijk! Kwaadheid, schaamte, spijt, eenzaamheid, het lot verfoeiend, … Opeens realiseer ik me dat die jongen moet samenleven met dit koppel. Dat hij mama en papa moet zeggen tegen die mensen die daar staan te roepen tussen al dat volk waar hij ook tussen staat. Ik graai de stoel uit de handen van de man zodanig dat hij zich ten volle kan concentreren op het evenwicht tussen hoe ver kan je gaan met beledigen en uitschijten en jezelf belachelijk maken en toch je huwelijk niet in het gedrang brengen. Elk zijn norm, natuurlijk, maar wat met die zoon? Waar ligt zijn waarde en oordeel in hun relatie. Hoogstwaarschijnlijk telt hij gewoon niet mee en bepalen de ouders de norm van wat hoort en wat niet. Hij moet ondergaan, zijn kas opvreten en heel die rommelmarkt vol trauma’s later maar afreageren op de maatschappij, op zijn vrouw én op zijn kinders! Jeezes. Wat een gevoelens gaan door mijn lijf, daar samen met die jongen door die markt lopend met hun inboedel in mijn armen. Tot driemaal toe probeer ik contact te zoeken met hem, maar dat is hij blijkbaar niet gewoon en begrijpt mijn toenaderingen niet. Hij ketst ze, starend met die mooie natte zuiderse ogen, gewoon weg. Hier is’t, zeg ik als we bij de auto zijn. Hij zet zijn stoelen neer en gaat gewoon weg. Terug naar zijn nest, alwaar hij recht heeft op warmte en geborgenheid. Jong jong. Kwaadheid, onmacht, verdriet, medeleven, : perplex sta ik daar, met mijn stoelen, overdonderd door dit tafereeltje, waarschijnlijk een alledaags tafereeltje. Wat ouders hun kinderen soms durven aandoen. Meestal in onwetendheid, meestal uit lafheid, meestal uit armoede. Op de dag van de meiklokjes. Mijn kloten, ja!
Bon, het beloofde dus een gevoelige en emotionele week te worden! Et voilà, de ene crise na de andere dient zich samen met de wassende maan aan. Al bij al niet negatief, hoor, maar wel emo-schudders om U tegen te zeggen. Het werd hier even teveel voor Corneel, al dat cement en al dat werkgerief overal verspreid in ons huis! En stof. Als werkmensen zeggen dat ze proper gewerkt hebben dan weet je dat je nog voor een grote opkuis staat. Opeens kreeg ik het hier op mijn heupen; al dat gewerk! ‘s Avonds na het werk bespreken waar je de volgende morgen aan zult beginnen. Dag in dag uit, zeven per week, reeds acht weken. Voor mij begon al dat teveel trekken en sleuren te lijken op een vlucht, zoals bier sigaretten en dikke … ook een vlucht kunnen zijn. Ik zou bijna vergeten waarom ik in de eerste plaats hier naartoe ben gekomen: het tevele niet aankunnen. Teveel impressies, te veel ontmoetingen, teveel idealen, teveel verlangens, teveel dromen, teveel uitstellingen, teveel opborrelende en vergeten trauma’s, … Ja, het werk schiet hier goed op! Dat is waar. Maar ik kom niet tot rusten waardoor ik niet tot inzicht kan komen. (ik vermoed toch dat het zo werkt: eerst rust, dan inzicht) En dan wetende dat die rivier hier reeds honderduizende jaren voorbij watert, zich niets aantrekkend van die netjes gestapelde bouwstenen… Die dag kwam ik een paar symbolen tegen op mijn weg. Symbolen, zo noem ik ze, die gebeurtenissen die, wanneer je ze allemaal op een rij zet je merkt dat ze je helpen om een beslissing te nemen. Vb, de ontmoeting met die Romajongen. Of een frigodeur die stuk is en ik, verschietend van de bruuske eigen beslissing, die prompt de stekker uittrek. Waarop Jacques zegt dat er gerief in de diepvries steekt en ik antwoord (en luisterend naar mijn eigen antwoord)dat dat me niet kan schelen, dat hij het maar ergens anders steekt, dat het moeten leven met het idee dat die stuk is dat dat mij teveel belast en dat ik daar geen zin in heb en dat die dan maar uit moet! ( tien keer ‘dat’ in één zin!) Diepvries of niet! ( nu, ik herstel die deur wel direct, hoor, en die stekker zit er al lang weer in, maar ‘t gaat over de reactie: probleem vaststellen en direct reageren) ) of het zien van mijn eerste slang (ja ja, een slang!) dit en nog een paar feitjes doen mij ineens inzien dat ik de rommel, en dus het constante werk beu ben. Niet meer aankan. Dat het mij belemmert om bij mezelf te komen. Ik erger me teveel aan de omgeving en de mensen in die omgeving dan normaal is. Dus ik roep een totale werkstop in. Verbijstering alom. Wat zegt die nu!? Jacques, die leeft om te werken, of werkt om te blijven leven, slaat uiteraard kompleet tilt! En wil stantepede zijn koffers gaan pakken! ( dit doet hij ook: na drie dagen spanning verdragen nemen we afscheid ) Ook bij Lut komen emo-reaties vrij, maar met haar worden op zulke golven gesurft. Wij nemen die emo-zaken aan en vinden al gauw rust in mijn beslissing. Meer zelfs, voor het eerst sinds mensenheugenis nemen Lut en ik vakantie!! Het huis wordt werkgerief vrij gemaakt en volledig gekuist. En dan komt de rust. Eindelijk. Ik kan eindelijk eens rustig tilt slaan. Heerlijk. Zo, je hoofd tegen de muur willen gaan slaan. Willen ontploffen. Bang zijn om te gaan drinken. Willen shroeien, schreeuwen en schreien maar die stop niet uit je keel krijgen. En dat allemaal om onbekende redenen. Ik bedoel, je wilt dit allemaal om net die redenen van je burn out te leren kennen en dan krijg je niet het inzicht waar je blijkbaar zo’n nood aan hebt. Ja, ik wil het weer te snel, vermoed ik. Geduld baas, geduld. Misschien moet ik maar beginnen met het maken van wijn: daar moet je ook op wachten. Dan doe ik stiekem lekker weer verschillende dingen tegelijk. :-) morgen wat fruit gaan kopen. Appelwijn? Pruimewijn? Waar wacht ik het liefst op? Broebelende inzichtwijn? Gistende kenniswijn? Klarende troostwijn? Blub blub blub zegt de fles in de kelder van het huis aan de rivier in de valei in de rust en ergens, in een donker Schots meer kruipt er langzaam maar zeker een duistere schaduw naar boven, naar de oppervlakte….
Spreuken die bij me opkomen sinds ik nu veel tijd doorbreng op mijn proper balkon:
Beter een stuk brood met vrede erbij dan een huis vol feestmaaltijden en tweedracht.
Geniet van een goede dag en bedenk bij een slechte dag dat God gewoon niet wil dat je achterhaalt wat de volgende dag zal brengen: vreugde of verdriet.
Van alle elementen is vuur het duidelijkste ‘nu’: het brandt.
Voelen is aanweziger dan denken.
Wie zichzelf bedwingt is meer dan wie een firma verovert.
Flirtend met het nu-moment ben je altijd net iets te laat.
Je kunt maar beter genieten van je werk, want je kunt niet genieten van wat na je komt.
Mensen en dieren zijn het zelfde lot beschoren: beiden ademen dezelfde lucht in en sterven dezelfde dood. En wie weet of de levensgeest van een mens naar boven gaat en die van een dier naar beneden?
Eigenlijk is het leven eenvoudig; wij halen ons gewoon van alles in ’t hoofd.
De wind kun je niet tegenhouden.
Geniet van eten en drinken na het werk.
Het zorgzame type: dat ben ik niet. Jacques is weg. Vanmorgen reed ik hem met de jeep naar boven en met tranen in zijn ogen en een dikke krop in de keel reed hij weg. Om welke reden dat hij tilt sloeg, zal ik waarschijnlijk nooit echt weten. Waarheen hij reed? Wou hij niet zeggen. Als hij niet kon en mocht werken kreeg hij het gevoel dat hij ‘op mijn kosten’ leefde. Nogthans had ik heel de tijd het gevoel dat hij dat net wel deed: ik kocht het eten, maakte het klaar, ruimde op, waste, bracht hout binnen, stak de kachel aan, zorgde voor warm water, voor drinkwater, voor alcohol, luisterde constant naar de zever, hielp hem bij zijn jobjes, kocht rommel voor hem zoals youhurtjes in zo’n mini potjes, chocolade, salami, chips, …, enfin. Het was een grote slag voor hem, toen ik alle cement en werkgerief bande uit mijn omgeving. Het deed mij wel wat, die oude man zo te doen tilt slaan. Zou ik hem toch niet hier en daar een klein werkje laten doen? Neen! Mijn besluit stond vast: geen werk meer. Vanbinnen voelde ik heel de tijd de drang om over werk na te denken, materiaal te verzamelen, te plannen en organiseren. Neen, ik zou niets doen, rusten, lezen, schrijven en genieten van de omgeving. Belangeloos voor iemand zorgen, dat kan ik blijkbaar niet. Voor kindjes enzo wel, heel zeker, maar daar krijg je liefde voor in de plaats. Maar belangeloos? Neen. Ik kan even luisteren naar de toogklanten, maar vanaf het moment dat ik merk dat er met mij geen rekening gehouden wordt, dat er naar mij en mijn standpunten niet geluisterd wordt, dan voel ik de energie zo uit mij wegsijpelen. Terwijl je bij een goed contact juist gevoed wordt. Opgeladen met energie. Verhaaltjes over feiten in het verleden die geen enkel verband vertonen met feiten die nu gebeuren zijn vermoeiend, zinloos en te ontwijken. Slechte teevee. Eigenlijk horen toekomst plannen hier ook bij. “vanaf nu zal alles veranderen en je zult zien dat alles beter wordt…” Heel eventjes wordt je verleid door zo’n zinnen maar meestal blijkt achteraf dat het verloren moeite was om er naar te luisteren. “Volgend jaar maak ik een wereldreis” Ja ja, who cares? Maar let op het verschil: “ik vind het spannend en voel me wat onzeker en ongeduldig nu ik weet dat ik volgend jaar een wereldreis zal maken”. Een heel verschil, hé In die eerste versie wordt niets verteld, de tweede heeft betrekking op het heden en is dus interessant en boeiend: de ander maakt je deelgenoot van zijn gevoelswereld. Nog een voorbeeld: “vorige week was ik bang voor de donker” of “Ik vraag mij af waarom ik vorige week bang was voor de donker” Ewel, een hele maand leefde ik samen met een persoon die constant van die zinloze, realiteitsontwijkende meldingen maakte, zonder dat er ook maar iets over het heden en zijn gevoel daartegenover werd geuit. Anderzijds, als ik mijn bevindingen vertelde werd er niet naar geluisterd of op gereageerd. Ik kan dit niet verdragen, ik kan niet opbrengen om voor zo iemand te zorgen. Ik heb niet echt schouderklopjes nodig (ook al kan dit deugd doen
) maar ik wil het gevoel hebben dat ik niet alleen ben wanneer ik naast iemand sta. See me, feel me, touch me, heal me … Een liedje van the Who. Wat heb ik toch, dat ik me de laatste tijd zo met het heden wil bezig houden? Vertel ik zelf ook van die zever verhaaltjes? Leef ik zelf in die roddelwereld. Hou ik mezelf teveel bezig met onzin?
Bon, rijd die cementmolen terug naar buiten en zet de pot op ‘t vier! Zondag vertrekt Lut ook van hier en dan ben ik weer alleen. ‘t Zal een turbulente maand geweest zijn. Een beroerende. Binnenkort begin ik opnieuw te werken. Alleen, deze keer, en, ik hoop, in rust en met werkvreugde en met het inzicht dat alles ijdel is. Ik hoop dat ik kan genieten. Ge-niet-ten. Blij zijn tijdens het niets doen. ‘t is hier schoon weer en er zijn gevulde dagen, van het frisse ochtendlicht via de zware middag zon naar de doorzichtige avondstonden. En donkergrijsblauwe verlichte vollemaan nachten vol wakende hond.
Negende week:
‘k heb een nieuwe vriend. Of beter, ik had een nieuwe vriend. Hij is negen dagen bij me gebleven. We hadden een zeer intens contact. Ik heb hem Roger genoemd: dat maakt een betere binding, hé, een naam. En die negen dagen; dat is omgerekend, hé. Zoals je dat doet met de leeftijd van een hond: onze jaren maal zeven. Een hond van 10 jaar is in mensennormen reeds 70 jaar oud. Onze Choco is 35 jaar oud. Roger is een eendagsvlieg en vloog welgeteld 25 seconden rond mijn hoofd tijdens een maaltijd: negen dagen, dus. Toen heb ik hem weggejaagd door drie en een halve dag lang (omgerekend) met een handdoek door de lucht te zwaaien. Bij een hond is een jaar zeven jaar voor ons. Bij een eendagsvlieg is acht en een half uur slechts één seconde voor ons. Ik begon te fantaseren. Een voor ons uitgebreide maaltijd van vier uur duurt voor Roger veertien volle jaren Als wij hier een half uur lang de liefde bedrijven dan is Roger onder de indruk van die tantrische prestatie van maar liefst 21 maanden! Maar omgekeerd ook zo, hé. Als Roger maar een seconde op zijn partner zit dan duurt dat voor ons acht uur en een half! Iets ingewikkelder: Roger komt in de keuken en zijn geliefde staat daar te koken en Roger krijgt goesting. Hij pleegt een vluggertje: denk je dat wij hem zouden kunnen betrappen? Niet vertaald en herrekend, dus in reële tijd, zou zijn vluggertje welgeteld 0,006 seconden duren!!! Als het voor ons een week regent dan zou het omgerekend in Roger zijn leven 20 seconden regenen maar als het hier effectief een volle dag regent dan heeft Roger zijn leven lang pech gehad. Dus… Een eendagsvlieg heeft het ook niet altijd gemakkelijk, hé. ‘t Is te hopen dat het morgen schoon weer is voor de soldaten!! ‘t Is dan voor de eendagsvliegen een leven lang mooi weer.
Misschien moet Bert maar eens aan zijn danspapa vragen of Aberlour een gekende en goede whisky is: ik vind hem schitterend, kwestie van mijn smaak eens te tjekken bij een ‘kenner’…
Robrecht heeft tickets gekocht (via Vanessa, denk ik) en komt van 8 t.e.m. 12 juni de werken hier controleren. Hij zat maar met een iets in: hij moest nog fine tunen wat het kussen betreft. Hij kent dit probleem vanuit de artiesten en dans wereld waar een ontmoeting tussen twee personen praktisch nooit spontaan en doorvoeld is, wat maakt dat je soms al terugtrekt terwijl de ander nog volop bezig is met het kussen. Zo heb ik eens een Duitse regisseur, net voor de première, een kus gegeven, maar eigenlijk kwam hij iets in mijn oor fluisteren. Ik wist niet dat dit in Duitsland de gewoonte was en dacht dat hij wilde kussen omdat hij met zijn gelaat zo dicht naderde… Tja, dit kussen hier is een nogal ingewikkelde kwestie daar er per landsgedeelte men er andere gewoontes op na houdt. Neem daar nog eens bij dat Decazeville, eigenlijk de hele bassin hier, vol loopt met Algeriens, Spanjaarden, Turken en hier en daar een verloren gelopen Pool en Belg; restanten van in de tijd dat er hier nog werkzaamheden waren in de koolmijnen en elk met hun eigen gewoontes. Straf eigenlijk, hé, dat als er in het donker, gevaarlijk diep onder de grond moet gewerkt worden men daar buitenlanders voor aantrekt. Zo ook in België, en dat wanneer die mijnen dicht gaan de rassisten willen dat die brave werkers en de volgende generatie terug naar hun land gaan. Soit, luxeproblemen. Die kussen, hoe pak je dat aan? Ofwel hang je de antropoloog uit en bestudeer je al die gewoontes en leer je al doende met vallen en opstaan, ofwel doe je het zoals ik: de schone geef je er drie, de lelijke geef je een hand. Ei ei, rustig, dames! Ik heb het over innerlijke schoonheid, hé! We zijn geëmancipeerd, hé, hier in La Bastidi. Een schoon mens verdient hier meer kussen dan een lelijk mens. Natuurlijk, als ze schoon zijn én mooi, dan geef je er uitzonderlijk vier met het excuus dat je de tel kwijt was. Waarop zij dan vraagt of je van Marseille bent?
Choco is een beetje de kluts kwijt. Ze hangt vol teken, is in de rui, wagelt een beetje (zou ze een eend gegeten hebben?), ze mist Jacques en Lut (die haar twee maal per dag eten gaf terwijl ik dat maar een keer doe), ze eet gras en wegrottende bomen en op de koop toe zit ze met een gezwollen oog. Ik vermoed dat er een teek onder haar ooglid steekt. Daar kan ik met mijn knijptang niet bij. Ik heb me reeds geinformeerd bij een dierenkliniek, hier een paar dorpen verder, en ik kan desnoods daar naar toe voor een operatie, moest het erger worden. Ik laat haar deze nacht binnen slapen, ook hier slaat ze een beetje tilt van, na drie weken nachtenlang buiten te hebben rondgezwoven. Dat is het moeilijke aan dieren en kleine kindjes, hé, je hebt het gissen naar wat er in hen omgaat. Met leugenaars hou je op den duur gewoon geen rekening meer mee, maar liegen: dat kunnen dieren en kindjes niet. Zou een hond gevoelens hebben? En kindjes? Waarschijnlijk wel, hé, maar dan in een onbewuste toestand. Ja, hier kan ik mij ook niets bij voorstellen, hoor. Gevoelens in een onbewuste toestand?!? Wij, grote mensen, hebben zowiezo moeite met gevoelens en het verwoorden ervan. Vanaf kinds af aan leren ze je om te begrijpen en te praten en te weten en te onthouden en dingen, mensen en dieren te herkennen maar gevoelens verwoorden daar moet je je plan mee trekken. Ook op school leren ze je het niet. Daar leer je wiskunde, aardrijkskunde, nog meer kundes, trauma’s opkroppen en turnen. Maar : “ ewel, mijn beste kindertjes, hoe voelen we ons vandaag?” die vraag wordt er nooit gesteld, he? En: “wat zegt de koe?” ja die vraag wordt er gesteld, maar: “hoe voelt de koe zich als hij op de slachtlijn staat?” die vraag stel je niet aan je kindjes, hé?
Dus is het niet verwonderlijk dat wij telkens we een gevoel ervaren wij het verstand erbij halen en buiten ons beginnen te verwijten en te veroordelen, in plaats van van binnen uit die gevoelens te verwoorden: we hebben het nooit geleerd! Je kunt je er in oefenen, en het gaat beter als je het met z’n tweeën doet. Maar wat doet een kindje dat niet kan spreken of redeneren als het iets voelt? Als het onplezierig is klaagt het of weent het, als het plezierig is kirt het of lacht het. Ook een hond heeft zo zijn maniertjes: hij jankt, hij wagelt of hij kwispelt en maakt halve salto’s. Maar het moet toch raar zijn om totaal niet te kunnen verwoorden wat er in je omgaat. Het zelfs niet te begrijpen. En toch hebben we allemaal die fase meegemaakt; we zijn immers allemaal kindjes geweest. We herinneren ons die fase niet meer, maar het moet toch wel vreemd zijn geweest om zo onbewust te moeten gevoeld hebben. Wij, net zoals de dieren.
tiende week;
‘t was een moeilijk start, vrijdagmorgen in een miezerige atmosfeer. Na de koffie heb ik me op Ikea-wijze beziggehouden met het ineensteken van een hoekbad: niet placeren, hé, nog maar samenstellen, het placeren is voor later, als ik met de toevoer van het water rond ben. Kwestie van eens te zien waar alle buizen moeten komen, hé. Je had me moeten zien het traject afleggen vanuit Mr Bricolage in Decazeville tot in mijn slaapkamer met dat bad!! Eerst door die winkel, dan bovenop de Volvo, dan ermee naar het internetcafé, dan bovenop de Jeep, in de gietende regen, dan gesleur op de nieuwe trap, door het huis en in de kamer.
Na dat gepuzzel zit ik wat op het terras een koffietje te drinken en dan gebeurt het, hé. Je kunt dat hier, in die wilde natuur, zo opeens over je heen krijgen, zeker als de zon je zinnenstrelend opwarmt: de hete lokroep van de natuur. “Zacht is je hand, o windeke, strelende langs mijn haar. Of het de hand van een kinde, een spelend kindeke waer.” (G.G.) Maar ja, je bent hier dan alleen en wat moet je dan, hé? Ik ga in de boekenkast kijken of ik niet wat pittige literatuur vind en ja, hoor: het beste vogelboek. Het bestaat reeds, dit boek, en ik die dacht dat ik dit ooit zou schrijven! Het beste vogelboek! Bon, dan gaan we maar wat gaan vogelen, zeker? Ik ga terug op het balkon zitten. Ik ontdek in dit boek dat die lokroep die ik hoorde die van een waterspreeuw is. Dit lekker donker vogeltje met een opvallend verleidelijke blanke witte borst had ik nog nooit gezien en daar zat ze dan, zo dichtbij, me met ‘dzit’ ‘dzit’ ‘dzit’ te lokken,. Daar zat ze in het midden van de opzwepende rivier op een grote kei te wippen. Straf beest; kan op de bodem van de rivier lopen, daar waar zelfs geen vlinders meer komen, volledig ondergedompeld, omgeven door emotievol water, gebruik makend van de kracht van de stroom van het water tegen haar sierlijk opgerichte rug…. Mmm, lekker beest. En dan passeren hier regelmatig nog de grote gele kwikstaart, te herkennen aan de zwarte bef, de bedachtzame blauwe reiger, de voorbij spoedende ijsvogel, mijn hete vrienden de wilde (amaai!) eenden, de trommelende spechten, de Vlaamse gaai, enfin, ‘t zit hier vol. Ik blader nog wat door het vogelboek. Wie bedenkt toch al die namen? Waarschijnlijk van die eenzame birdwatchers, in zo van die gluurcabines die je overal op de buiten ziet prijken: Nachtegaal, ach, jij Turkse tortel, zo Wulps, toon mij je Roodborst, doe maar Putter, jij Holenduif, zal ik je, Beflijster, kijk daar, mijn Tapuit, kom hier Boomklever, speel maar Fluiter, mijn Woudaapje, Roodborsttapuit, daar is hij, mijn Pijlstaart, de Lepelaar, kijk nu!, een Witgatje!, komt het Bokje!, en Hop!, en Kwak!, …..wat een Notenkraker, zeg, zwijg stil Grote Zaagbek!, Nonnetje! : ‘k zal maar terug gaan werken, zeker; met al dat lezen schiet het hier niet op! Niet ver boven mij vliegen er wat trekvogels voorbij.
Joeng joeng (tjonge x2) wat kan ik genieten van de zon! Vanmorgen keek ik door het slaapkamervenster (daar moet ik niet veel voor doen, hoor, enkel mijn hoofd draaien) en zag een grijze met donkerder grijs getinte valei. “shit!” (pech) dacht ik en stond op. Koffietje. Choco eten geven. Deuren open. Allemaal traag en plichtsbewust maar niet met veel goesting. ‘t Is allemaal een ritueel des morgens. Maar dan merk ik mijn vergissing op. ‘t waren opstijgende dampen, wolken vormend in onze vallei, die ik had gezien. Water dat de komende warmte niet kan verdragen en opstijgt, leviteert als het ware, om plaats te maken voor de droogte. Ijlerend omdat het opgewarmd wordt, verstomend: al die moleculen in paniek en van elkaar wegvluchtend. Boe! Weg jullie! Uiteen, gij H2O!
En dan is hij daar: koning zon. Heldere kleuren, doordat de bovenkanten van de milioenen blaadjes spiegelend wit zijn. Voor contrast zorgende harde schaduwen. Maar vooral die binnendringende warmte. Ik herinner me nochtans hoe ik vroeger liever van het ruige type weer had: regen, storm, wind, bliksem en donder. We gingen dan zo schuin mogelijk in de wind hangen. We probeerden zelfs te vliegen!!! Zo met je armen gespreid tegen de wind inlopen en reuze sprongen makend om zo lang mogelijk van de grond af te blijven. Het zand dat op 10 cm boven de grond horizontaal langs je benen schuurt. We reden bij vollemaan en springtij speciaal naar de zee om te gaan zien en te beleven hoe de mens met zijn dijken steeds maar opnieuw moet vechten tegen die aanstormende golven. Metershoog spatte het water boven ons uit. En dikke truien!! Zelfs hier in La Bastidi heb ik truien liggen. Teveel zelfs. Ik heb altijd al een passie gehad voor wol. Maar nu, met het ouder worden, bompa gewijs, geniet ik meer en meer van een streepje zon. Een streepje? Doe maar een balk! Of liever een hele valei vol! Ook mijn gemoed begint mee te doen met de clichés: slecht weer nors, goed weer blij. De jeugd aan de Belgische stormkust, midleven in Zuid-Frankrijk en de oude dag in de woestijn, zeker? Kamelenbloed drinkend uit een snee in diens hals. ‘k Zie me daar al staan in een schotse rok tussen die huppelende Massaï…. Maar ik denk dat Lut eerst nog een paar steden wil aandoen: ze sprak onlangs van New York…
Ik had reeds één aardbei, nog wat groen met roze, maar ‘t was een aardbei. ‘k Had hem willen proeven, hem. En deze morgen was hij weg?!? Zo maar. ’t zijn toeren, dat!
Kun je er geen foto van nemen? Andrea aan de telefoon. Ja, ik moest direct bellen, he. Ik heb een slang gedood. Koen de verschrikkeleke jager! Ja, hij zat daar op de weg en wilde niet aan de kant gaan. Tja, hij had beter moeten weten, hé. Ik duld geen weerstand. En zeker niet van buikschuivers die die niet kijken maar alleen voelen wie er nadert. Hij had moeten voelen dan dat ik eraan kwam. Maar neen, meneer wilde niet uit de kant gaan. En ik daar zo langs passeren, langs zo’n wild beest, dat is aan mij niet besteed, hoor. Neen, ik had andere plannen die avond. Geen kliniek ofzo voor mij. Geen risico’s hier. Meneer dacht dat er een prooi aan kwam. Ook toen ik met mijn stok lawaai maakte bougeerde hij niet. Ja, sissen met zijn tong, dat wel. Zijn lijf als een opgespannen veer op gecirkeld, klaar om aan te vallen. Ik nog met mijn stok op de grond steken maar hij wou niet wijken! Een paar stenen gegooid tot het raak was. Die slang aan het dansen geslagen en ik met mijn wandelstok hem (hem? Ik heb geen pietje gezien!) het leven beëindigd. Pats op zijn kop. Mijn schone wandelstok aan diggelen. Ik had er nog zo aan gewerkt: het heft uitgefreesd, de stok minuscuul met mijn mes aan het gat aangepast, de twee delen samen geperst… Prachtig houtsnijwerk! Gewoon kapot geklopt op die Natrix Natrix ( Ringslang) zijn kop! Enfin, toch mooie jagers foto opgeleverd! Morgen proberen die wandel (verdedig)stok te vermaken.
Al heel mijn leven schat men mij jonger in dan dat ik ben. Daar ben ik ondertussen vertrouwd mee. Je kunt gaan denken hoe ik mij voelde in dat nieuwe café dat ik leerde kennen via een ‘surf’concert in Cransac. De Phenix in Decazeville. Je weet wel, genoemd naar die vogel die uit het vuur komt gekropen. Je slaat de weg in richting kliniek en dan op je rechterkant. Ik daar naartoe. Ik ontmoet er inderdaad de mensen die me zeiden dat ze er zouden zijn. hè hè, een café met zekerheden. Na wat gepintelier willen dit koppel mijn leeftijd schatten. Een plezierig spelletje zo vinden zij blijkbaar. Jeezes! Hij schat mij 54 en zij 58!!! Komt dat tegen!! En ik die dacht dat ik er hier eindelijk eens goed uitzag: vermagerd en versterkt. Neen, dus! Maar wat ik me hierbij bedenk is dat men mij dus als een ‘ouwe’ aanziet, terwijl ik dat zelf helemaal niet zo aanvoel. He herinnert je zeker wel hoe je vroeger, toen je nog kindje was, altijd naar de ‘grote’ keek als zijnde ouder en oud. Kun je je dan nu inbeelden dat die oudere zich helemaal niet ouder voelden dan dat jij dan was! Raar, hé? Je herinnert je wel een schoolmeester of juffrouw die ineens zot doet, ewel, die voelde zich op dat moment even oud als jij dan was. Voelen en weten, het loopt niet gelijk!!! In maatschappelijke toestanden, op straat, op je werk, tussen andere mensen, kun je maar best ‘weten’ hoe oud je bent. Gewoon voor de vorm! Ik moet nu ineens aan pedofielen denken die het voelen en weten waarschijnlijk ook door elkaar halen, de sukkelaars. Enfin. Mag je je jong voelen? Al eeuwen lang hebben de kunstenaars en filosofen het er altijd lovend over, hé, ‘de eeuwige jeugd’, ‘jong van hart zijn’,. Denk maar aan Dorian Grey en consoorten. Maar wat is dan ouder worden; is het afstand nemen van de jeugd? Met verstand en gevoel? Met ziel en geest? Is het afscheid nemen van het je jong voelen? Als je alleen op een berg of in een vallei zit is er geen haan die erom kraait dat je van blijdschap een salto maakt en dat je zin hebt in een havermout papje met bruine suiker, je voelt je ze oud als je wil en je ‘dealt’ daar zelf maar mee. ‘t Is maar pas als je onder de mensen komt dat er een gedragsregel aanvaardt is een ouwe zou maar best wijs zijn, slim of ervaren, rustig en doordacht en de jeugd rijdt met een opgefokt brommertje met afgezaagde knaldemper zonder helm door de straten. Als er een meisje met blote navel en een veel te krot rokje met haar kleine tetjes loopt te pronken dan mag de ouwe alleen maar ‘jeugd’ zien en geen ‘vitrine van de beenhouwer’ (mô, houw, vint!) ’. Vegetariër of niet, niet gemakkelijk, hé, mannen!. Nu, het straffe is nog wel dat dat koppel ouder is dan mij!!! En dat ze mij toch nog ouder inschatten dan zijzelf zijn. Misschien voel ik mij al ouder dan dat ik ben. Ja! Nu zijn we al met drie: je bent een bepaalde leeftijd, je voelt je een bepaalde leeftijd, je straalt een bepaalde leeftijd uit… En wat komt er nog allemaal. “En hoe oud is ons ventje al?”, “twaalef jaar, bomma”, “hier, zi, een snoepje, en geef Bomma eens een zoentje.” Meterhoge grasstengels met op de top een dikke borstel zaad: mijn pelouze. Ken je dat liedje: “ontwaak gij luie slaper, de koekkoek roept je op.” ewel, dat is dan precies om 9.37u des morgens. “koekkoek, koekkoek, koekkoek!!” En niet ene keer, hé, dat duurt dan een halfuur, en er zit geen zo’n knopje op om dat af te zetten. “Ja ja”, roep ik dan de berg op, “ik ben al uren wakker!” En Choco roept dan met me mee, even verontwaardigd! De Koekkoek. Tijdens een pane e chocolate break vliegt er hier opeens een vogel voorbij, met vele kleuren die ik niet kan thuis brengen (waar woont zo’n vogel?). Pane e chocolate break; Italiaans en Engels, Madre Dio, we zijn toch echt Europeanen aan het worden, hé? Laatst toen ik in dat Phenix café zat waren we er met z’n zessen: een Franse cafébaas, een oudere kleine ineengedoken Spaanse skinhead met opgerolde jeansbroek en laarzen met rode veters die af en toe achter de toog kruipt om harde Engelse rock ‘n roll op te leggen, een Algerijnse zogezegde vrijgevochten vrouw, op z’n new wave geschminkt en met een air van “zie je wel!”, een Portugese rock a billy freak met vetkuif en al, die so sabado smoort en drinkt (ja ja) , een stille Turkse paffer, beschaamt dat hij hollandse sjag rolt, en een Vlaamse Whisky drinker. Allez allez, c’est vachement bien, nous sommes quand même tous des Européèns … Enfin, die vogel, dus. Ik bedacht me dat ik hierboven er enkele vergeten was die ik hier dagelijks zie. De Meesjes, maar die tjierpen ook in jullie tuinen, hé. Maar ‘t is de mooie vink die mij aan het fantaseren bracht. Ik ben een beetje Engels aan het oefenen en lees 1984 van Orwell, vandaar. Wist je eigenlijk dat die vinkjes wilde vogels zijn? Neen, hé. Omdat er in onze noordelijke cultuur zo’n gewoonte is om die beestjes in kleine kooitjes te stoppen en dan met z’n allen, elk met zijn kooitje, op een lange rij te gaan zitten om te tellen hoeveel keer die vogel uit miserie tjierpt. Ik bedacht me, ze zouden het eens met mensen moeten doen! Zo’n lange rij kooien, ergens op de dijk vol blote eenzame opera mensjes, ofzo ( heeft onze vriend Dominique Pollet dat niet eens gedaan? Ja, hé. En hij had veel bekijks…) en dan tellen hoeveel keer ze “Heb Erbarmen!” van Bach roepen. Dat zou nogal wat geven, hé. Spektakel!!! “hoeveel keer heeft die van jou al geroepen?” “niet veel. Ik denk dat ik hem teveel eten heb gegeven, hij is precies te kontent.” “geef hem in’t vervolg macrobiotisch eten! Of zet er een tijdje een kooitje met een vrouwtje naast, dat helpt ook wel het gekerm!” “hoe komt het dat die van jou zo kermt?” “ ik heb hem verslaafd gemaakt aan internet en heb gisteren zijn laptop afgepakt! Hi hi.” Blub … Blub …. Blub …. Blub …. (die 5 literfles hier in mijn immer warme slaapkamer wil ook eens iets zeggen, hoor) blub …. Blub …. Blub …
elfde week
Iets zoeken achter toevalligheden; dagelijks houdt het me bezig. Ik sta aan de kassa van een materialenzaak en merk er een struise rugbyspeler op. Onze ogen kruisen. Daarna rijd ik 15 km verder naar het internetcafé en stapt daar diezelfde man binnen. Weer die blik en hij vind het blijkbaar ook vreemd dat ik daar zit. Of, alle twee mijn auto’s, de Volvo en de jeep vallen op dezelfde dag, tijdens het rijden zonder benzine!? Hoeveel kom je zoiets tegen tijdens je rijcarriëre? Of bij het naderen van een stad merk ik een Compostella wandelaarster op en dan later, als ik op een terras zit, midden in Figeac, komt zij ook op dat terras zitten. Zo van die dingen. Ze vallen op en kleuren mijn dagen. Het geeft ze iets magisch mee. Alsof alles van bovenuit geregeld is en ze daar af en toe een steekje laten vallen. Een beetje zoals in The Matrix. Zo ook gisteren. Ik loop in zo’n gigantische supermarkt achter mijn karretje aan als ik daar opeens West Vlaams hoor praten. Ik spreek die mensen aan in mijn dialect en we hebben een aangenaam gesprek. De man vertelt kort over zijn verbouwingen die hij aan het doen is en noemt het gehuchtje waar ze wonen: Vinzelle. En ik moet zeker eens langskomen. Nooit van gehoord. Als ik thuis kom zoek ik het op op de kaart maar kan het helaas niet vinden. Soit. Die middag komt Ivan met zijn broer op bezoek. Ivan is een Oostendenaar die in Viviez woont. We genieten van een trappist en hij vertelt dat hij later op de middag Vinzelle gaat bezoeken en of ik niet mee ga. Allez, van zo’n dingen val je toch stijl achterover! Van de duizenden gehuchtjes die hier overal achter, boven, tussen al die bergen en heuvels verspreid liggen nodigen er op één en dezelfde dag twee verschillende West Vlamingen ( ga ze maar eens zoeken!?) mij uit om naar Vinzelle te gaan, een plek waar ik nog nooit van gehoord heb. Straf. Ik ben er naar toe gegaan. Een pittoresk plekje, vol met peperkoeken huisjes. Boven op een berg, maar toch met zicht op de kronkelende Lot. Van de 20 huizen zijn er tien bewoond en rijkelijk gerenoveerd door niet-Fransen, allemaal met een verschillende origine. Zij hebben het dorpje gered van het verval vertelt me een oud mannetje die rabarber aan het trekken is. ‘t is eind mei en de zoete rijpe kersen vallen hier al uit de bomen. Overal op de wereld leven er mensen. Overal op de hele wereld zijn er dorpjes. Overal kweken ze er. En je zult er in je leven maar enkele bezoeken. Terloops, Choco komt hier weer aangewaggeld, zo dik als een Vietnamees hangbuik varken. Wat heeft ze nu weer uitgespookt? Is er een dokter Dolittle in de buurt? ‘t is niet gemakkelijk, zo samenleven met een wezen, waar je voor moet zorgen, en waarvan je niet weet hoe het zich voelt en wat het allemaal uit-vreet. Kriebel krabbel kruikje, wat zit er in haar buikje? Een visser? Een eend? Een hert? Een boom? Mijn sla? Roodkapje? Vorige week heeft ze nog een roze blok, ter grootte van een sigaretten pakje, rattenvergif binnen gespeeld! Ik dacht dat ze er geweest was. Drie uur lang was ze verdwenen. En ik maar zoeken, begin daar maar eens aan, hier in die jungle. En dan verschijnt madam daar, alsof er niets gebeurd is, dartel en kontschuddend. De teef! Terloops!? Neen! Loops! Nu verliest ze niet alleen haar wintervacht in een overal haarplukken verspreidende rui bui ( daar zijn de bomen trouwens ook mee bezig: zaad strooien dat het geen naam heeft: soms lijkt het hier te sneeuwen) nu verliest ze ook nog bloed. Zal ik haar aan de ketting leggen? De natuur bedwingen? Soms bekijk ik hier die bewegende toplaag van moeder aarde en dan denk ik: “wat proberen wij toch altijd maar die natuur te bedwingen.” Ça pousse! Wees maar zeker. Als je hier gras maait is het alsof er geen messen in ‘t machine zitten. Zo rap groeit het hier. 30 jaar heeft hier niemand in de tuin gewerkt en nu staat het hier vol bomen en struiken. Vroeger waren het hier allemaal velden en weiden. Mensen werk. Nu allemaal groen. De natuur. Doe maar, zegt de natuur, ik heb tijd. Onlangs passeerde Jeannau hier, ook al waggelend! Ik noem hem een van de gazetten van het dorp: hij weet alles van iedereen en hij stookt zelf likeur… Knieën kapot, drie spuiten per dag die hij zichzelf toedient, koud zweet, tanden zitten los. “vorig jaar had ik omtrent deze tijd reeds 100 vissen gevangen! Dit jaar nog maar 9…” Oud en ziek en dat lijf wil niet meer mee. En hij waarschuwt me nog voor hij dapper verder waggelt met zijn vislans in aanslag: “Ik heb gewerkt vanaf mijn 15 jaar tot vorig jaar toen ik op pensioen ging, en sindsdien takelt mijn lichaam aan een grote snelheid af! Denk daar maar eens over na Vroeger had ik geen tijd om te vissen, nu kan ik niet meer.” Ik probeer nog met: “je had beter niet met pensioen kunnen gaan, hé.” “Ja, ja”, waggelt hij verder, “ja, ja” en zijn wuivende hand en tandeloze glimlach kunnen zijn natte rode ogen blik niet camoufleren. Het was lang geleden, jaren geleden zelfs, maar ik heb nog eens een déja-vue moment ervaren . En ik ben er zeker van dat ik dit moment reeds meemaakte (typisch voor een déja-vue, koen!) in een nachtelijk droom, jaren geleden. Op zich niet zo’n speciaal moment, maar toch. De ervaring. Doet je nadenken over het idee tijd. Wij berusten ons in een Greenwich tijd en het constante passeren van seconden van de toekomst naar het verleden. Zonder stoppen. Maar wie kan beweren dat er maar één verloop van tijd bestaat!? Misschien verloopt de ware tijd wel in de andere richting, richting oer knal? Misschien bestaat de tijd niet eens! Jandorie! Wij baseren ons gehele belevingssysteem van te vroeg en te laat en vroeger was het beter en later zal het anders zijn misschien wel op iets dat niet bestaat! En vanwaar komt dan dat gevoel, bvb van wachten, of hopen, of neem nu ongeduld. Of schoner, neem nu vertrouwen, vanwaar komt dat gevoel dan? Je vertrouwt erop dat het zal gebeuren zoals je verwacht dat het zal gebeuren? Dat het in orde komt? Vanwaar komt dat gevoel? Alsof je het reeds hebt meegemaakt, misschien? Voorvoel je het? Ik heb toch een speciale en lieve en attente vrouw, hé!!! Voor mijn verjaardag stuurt ze voor mij twee vrouwen naar de vallei…….. Tot daar het sprookje. Nu de realiteit. Die mag er ook zijn, natuurlijk. Alle twee al dik over de halve eeuw en alle twee ook dik. Mooi dik. Zoals dat eerste beeldje van een vrouwe figuur die men ooit vond. Van voor het ijzeren tijdperk. Een Michelin beeldje maar dan met borsten en billen. De oermoeder. Zonder h. Twee ex-verpleegsters. Zonder s. Twee totaal verschillende ook: de een was ooit blond, de ander ooit bruin, de een rationeel tot en met en de ander in ‘t gevoel tot en met. De een komt al zwetend de berg afgestormd terwijl de ander er niet af durft , die ben ik gaan halen met de jeep en veel overtuigingskracht. De een probeert alles uit te leggen, de andere praat constant over geesten. De een is rooms katholiek, de ander is moslim. De een drinkt en de andere met mate. Ik heb ze elk een kamertje gegeven, zij mij een volle frigo. Ik heb ze mee genomen naar mijn restaurantje en zij hebben betaald. Ik heb ze nadien bij een sigaar en whisky Peter Gabriels filmmuziek ‘Passion’ gegeven, zij mij spook- en jeugdherbergverhalen en discussies over moslims en pauzen en vast getimmerde handen. Ik ben wel vergeten pannenkoeken te bakken. Misschien dan maar morgenvroeg bij ‘t ontbijt: ze zien er alle twee zo uit dat ze dit niet aan hen zullen laten passeren. Merci Lut, voor ‘t cadeau: als jij iets doet doe je het dubbel en dik!!! X. Om de vele verbindingen in het waterafvoersysteem dat ik installeerde te testen heb ik de natuurlijke bron die 125 meter van het huis verwijderd ligt aangesloten op het verste punt van het circuit plastieken buizen. Resultaat: de unieke situatie van een beerput vol helder bronwater. Stel je voor, de beerput van je leven vol zuiver en gezond bronwater…. Ik zal nog een tijdje buiten, op het toilet bovenop de oude waterput de natuur laten roepen. Gewoon om het idee van die zuivere beerput er wat te laten zijn. Het huis met de zuivere beerput en de waterput vol beer. Averechts, op z’n kop, binnenstebuiten, achterstevoren, op de wolken lopen, in de aarde vliegen, jonger worden… Of zoals de surveillant, meneer Letten, in het Gistelse college mij vroeger aanmaande om niet te snel te gaan:” Allez vooruit, Ghesquière, achteruit!”.



Ik herken de asociale sociale ingesteldheid die ieder kunstenaar heeft als hij eenzaam in zijn atelier staat, of onder het volk enkel nog verlangt naar de stilte van het doek, in het atelier,waar enkel een zwijgend model mag plaatsvinden onder een zacht licht, het oog wil steeds gestreeld worden.
Veel plezier op je retraite. Het leven zit vol verrassingen.
Wie de schoonheid op z’n netvlies laat branden, maakt contact met de grote geest die over alles waakt.
Synchroniciteit is een goed teken, het wil zeggen dat je op het juiste pad wandelt.
Hannablue
Sometimes we have to abandon a call because of the quality of the line. ,