“Kan het nog banaler?� zul je je, beste lezer, nu afvragen. Wat voor boeiends kan er zijn aan een verhaal over gsm’s? Tenzij misschien gsm’s onder de kerstboom? De vraag is maar of een gsm wel veilig zou liggen onder onze kerstboom…
Ik verklaar me nader.
Zoals je weet reis ik de laatste zes jaar zo ongeveer de wereld af voor ’t werk. In die periode zit ik nu aan mijn vijfde gsm. Niet geheel abnormaal, zul je misschien denken. Als je landen als Colombia, Hong Kong, India frequenteert zal er je wel eens onderweg een gsm ontfutseld worden. Gelukkig is het leven vaak iets minder voorspelbaar.
We schrijven november 2002. Gezellig avondje thuis. De gsm bungelt losjes in mijn hemdzak, ik verwacht nog een telefoontje. Ik ga een plasje maken. Ik wil eerst een tijdschrift oprapen dat naast het toilet op de grond ligt, en je raadt het al: mijn gsm glijdt netjes uit de hemdzak, in de pot. Snel graai ik hem eruit en heb de verkeerde reflex om hem meteen weer aan te zetten. Er komt nog een vaag teken van leven maar al snel blijkt alle verdere palliatieve zorg een maat voor niets: wijlen de gsm. Van de firma.
Even vervelend de volgende dag om het aan mijn baas uit te leggen. Na een veelzeggend wenkbrauwgefrons mag ik toch een nieuwe halen. “En koop er dit keer zo’n heuptasje bij, dan kan zoiets niet meer gebeuren.� De drenkeling vliegt in een lade van mijn bureau, en zou daar blijven liggen zijn. Zou.
We zijn 1 (één) maand later. Mijn valies staat klaar om de volgende dag te vertrekken naar Oezbekistan (of all places). Bedtijd. Ik ga naar ’t toilet. Jawel, hetzelfde van daarnet. De technische details ga ik u besparen, maar op zeker ogenblik glijdt het heuptasje van mijn riem en ploft mooi centraal in de pot. Zelfde scenario, het toestel gaat dit keer zelfs even kort in de oven. Maar er is geen lievemoederen aan: Nokia zieltoogt. Het vooruitzicht van een reis naar Centraal-Azië zonder gsm trekt me niet bijzonder aan. Ik spring in de wagen met een charger mee, met de ultieme hoop dat het oude toestel in mijn bureaulade intussen weer leeft. En het wonder geschiedt: een maand in de droge en warme omgeving heeft geholpen, de gsm werkt redelijk, wel moet de batterij quasi om de twee uur worden opgeladen. Maar uit eerlijke schaamte besluit ik er toch maar zo lang mogelijk mee te doen. Toestel 1 houdt het nog een maand of drie vol, daarna blijkt ook toestel 2 op bijna identieke manier te zijn verrezen voor een korte tweede carrière…
Enfin, ergens midden 2003 moet ik toch een nieuw toestel vragen. Het veelzeggende wenkbrauwgefrons van mijn baas wordt gevolgd door “Is dat niet een beetje belachelijk, Hans? Je reist de wereld rond en dan breng je 2 gsm’s thuis om zeep! In bad dan nog!� (over het tweede ongevalscenario had ik een enigszins bijgekleurde versie gegeven).
Maar geen nood! Nog geen vier maand later is’t weer prijs! En dit keer tijdens een zakenreis! Oef!
We bevinden ons in Lima, Peru. Dit keer is mijn baas uitzonderlijk mee, jawel, Karl, die je misschien nog kent van de Food Tale. We wandelen van ons hotel naar een café 100 meter verder. Een drietal kinderen die kauwgom verkopen klampen ons aan: “Señor, chicletas, por favor, chicletas…�. Eentje trekt aan mijn mouw. In het café aangekomen stel ik vast dat het heilloze heuptasje leeg is… Exit toestel 3.
Mijn vierde toestel was een mooie upgrade. In maart van dit jaar bevond ik me een paar dagen in Nieuw-Zeeland. Na drie dagen zalig verwijlen in Wellington bij Robrecht en Vanessa waarvan twee dagen trektocht in het hogere gebergte van het Noord Eiland was het tijd voor mijn business meetings. Naar Palmerston North is ’t twee uurtjes met huurwagen, maar op ’t laatste moment lijkt de optie om met de trein te gaan aantrekkelijker.
Enfin, de treinrit is puik, inclusief toeristische informatie door de luidsprekers. De panorama’s mogen er zijn. In Palmerston North spring ik van de trein…om een half uur later te ontdekken dat ik mijn gsm heb laten liggen….. Shit, wat nu gedaan, ik vertrek de volgende middag vanuit Christchurch naar Australië, met overstap in Auckland.
De trein blijkt te zullen aankomen in National Park, basically the middle of nowhere. Daarna zou hij met een andere crew doorrijden naar Auckland. Enfin, met mijn gsm op te bellen krijgen we de train manager aan de lijn aan wie het toestel inmiddels was doorgegeven. Ze loopt aanvankelijk niet snel warm, maar na de nodige uitleg te hebben gekregen wil ze best het toestel doorgeven aan de volgende crew die doorrijdt naar Auckland.
Dan is het kwestie van Fay, de nogal stuurse vrouw van onze sympatieke agent in NZ, Peter Cropper, te mobiliseren om die avond de trein op te wachten in Auckland. Wanneer haar man haar telefonisch de zaak uitlegt en instructies doorgeeft blijkt Fay niet meteen dolenthousiast. Enfin ze krijgt de gsm te pakken, maar dan moet ze die klaarleggen aan de Qantas incheckbalie in Auckland de volgende voormiddag, alwaar ik die zou oppikken.
Bij mijn tussenlanding in Auckland de volgende dag raak ik niet zonder problemen in de vertrekhal. Ik ben immers al ingecheckt voor Australië en mag in principe de transit zone niet verlaten. Maar als doorwinterd reiziger kan ik wel een truuk uit de kast halen …
Dan snel en niet zonder enige spanning de vertrekhal binnen en naar de Qantas desk. Of hier een gsm is binnengebracht… Het gezicht van de weldoorvoede donkere dame trekt zich in een streng grimas. “There has been a bit of an issue about this, sir.� Het blijkt dat om veiligheidsredenen geen pakjes mogen worden aanvaard door personeel aan de balies van de luchtvaartmaatschappijen. Maar na stevig aandringen van Fay hebben ze mijn arme gsm een paar keer ge-X-rayed en dan in een dichtgekleefde omslag verpakt, die dan op zijn beurt werd gedeponeerd in een flink getapete doos, voorzien van een paar stempels. Maar dit keer is er dus een happy end: ik kan mijn Nokia dolblij weer tegen de borst en het oor drukken.
Niets liet echter vermoeden dat het noodlot zo hard zou toeslaan.
Oktober 2006. Ik zit thuis aan de keukentafel. Voor mij mijn laptop opengeklapt, schuin voor mij mijn gsm. Na een uurtje werken sta ik op en ga een biertje halen uit de koele berging. Op dat moment hoor ik een megaluide klap en glasgerinkel. Ik denk eerst dat iets door het keukenraam is naar binnen gevlogen. Maar wat blijkt? De lamp boven de keukentafel, een grote glazen halve bol, is gewoon naar beneden gevallen. Het grijpsysteem tussen de lampkap en de draad was losgeschoten. Zomaar! Een jaar eerder had ik er wel eens moeten aan prutsen omdat de lamp telkens weer sprong. Dus ik zal misschien iets niet goed gefikst hebben… Glass all over the place, had ik nog aan tafel gezeten ik ging zeker gekwetst geweest zijn. Ik grijp mijn laptop vast: als bij wonder intact, enkel een paar scherven tussen de toetsen. Oef! Enne, waar had ik mijn gsm nu weer gelegd? Ik zie hem niet meteen liggen… met een voorgevoel til ik het grootste brokstuk op midden op tafel… pal eronder, waarschijnlijk meetkundig centraal, ligt mijn gsm. Of wat er nog van overblijft. Het display vertoont kunstzinnige kriskras lijnen als op een landkaart. “s� kan ik nog lezen, maar het verdwenen “Proximu� doet mij denken aan….
…hasta la proxima!
Salesman, 21.12.2006
PS Deze tale is volledig naar waarheid, niets is erbij verzonnen.





[...] My friend Hans sent me a picture of his daughter (fathers!!!!) because he thought he saw a Mona Lisa resemblance (fathers!!!)… So I tried a little bit of photoshop on the picture and I have to admit: he’s daughter, Hille, indeed has a mysterious smile… [...]