
Helga en Nathali, met hun kindjes, met nieuws uit Nepal:
De dag van de democratie is al een nationale feestdag, nu nog de democratie. Officiele feestdagen zijn een ‘nationale’ specialiteit in Nepal: ze hebben reeds 165 officiele nationale feestdagen, waarvan de overheidsdiensten er 52 daadwerkelijk in verlof krijgen. Elke maand april (begin van het Nepalese jaar) brengen ze de koppen bij elkaar en beslissen ze welke dagen er dat jaar op het menu komen. Bij Nathalie op kantoor beslissen ze over ‘slechts’ 11 dagen, bij Helga krijgen ze er dan weer 15. Maar sedert het vredesakkoord met de Maoistische rebellen getekend werd eind 2006, wordt er gewerkt aan een nieuw Nepal dat ‘sociaal inclusief’ moet zijn. Vandaag heeft de interim regering weer een belangrijke stap gezet in die richting en 18 extra nationale feestdagen benoemd: zo krijgen onder andere de moslims Eid en Bakr Eid, de christenen kerst, de Sikhs de Nanak memorial day en de Goura uit het verre Westen, de Tamu en de Sonam elk hun eigen Lhosar. En uiteraard belooft de interimregering die de aanloop neemt naar de verkiezingen van 10 april, dat deze nieuwe dagen effectieve verlofdagen worden voor alle overheidsdiensten. Als ze deze weg naar de inclusiviteit verder zetten, riskeert Nepal binnenkort met zijn honderden verschillende bevolkingsgroepen, meer feestdagen dan werkdagen te hebben.

Verkiezingen met de vuist.
Tien april gaat Nepal eindelijk naar de stembus. Het is vreemd om de verkiezingsaanloop te volgen waar kandidaten kort en klein geslagen worden en uit hun dorp gejaagd worden door de concurrende partij, boeren bedreigd dat ze met de verrekijker in ’t oog zullen gehouden worden en als ze een verkeerde stem uitbrengen voor hun leven moeten vrezen. Voor je naar een grote politieke toespraak gaat luisteren moet je door de metaaldetector, maar dat belet niet dat meer dan de helft van de politieke bijeenkomsten opgeschrikt wordt door de knal van een huis-tuin-en-keuken-bom. De Maoisten verklaren nu al dat als ze verslagen worden, het een gevolg is van een samenzwering en dat ze uiteraard deze ‘valse’ nederlaag niet gaan aanvaarden. Het PLA wordt, met wapens die in de containers opgesloten zaten onder het vredesakkoord, erop uitgestuurd om ‘overtuigend’ campagne te gaan voeren.

Om de veiligheid te garanderen voor de verkiezingen wordt het land zowaar lam gelegd. Verkeer, behalve te voet is verboden vanaf daags voor de verkiezingen, en je mag geen districtsgrens overschrijden, zelfs niet te voet. Het maakt de burger die moet gaan stemmen in zijn geboortedistrict en soms meer dan twee dagen moet reizen om zijn stem uit te brengen wel moeilijk om echt deel te nemen aan het proces. Regeringsinstanties, sommige privebedrijven en ook onze kantoren gaan dicht gedurende de hele week waarin de verkiezingen vallen, zodat de burger zijn recht kan uitoefenen. Gezondheidsposten en scholen zijn al dicht vanaf 2 april, alle ambtenaren worden immers ingeschakeld in het proces. Wij gaan alles vanop een afstand gadeslaan en nemen tijdens de verkiezingsweek vakantie en ontlopen zo de beperkingen door rond Pokhara, binnen één district, en ver van alle media, een trekking te doen. Hopelijk vinden we Kathmandu terug zoals we haar achtergelaten hebben.

Toerisme.
Een Nepalese vriend wil op reis. Europa is best aantrekkelijk, een opengrenzen paradijs met een rijkdom aan cultureel erfgoed, gastronomie en zelfs natuur. Daarenboven woont zijn neef in Leuven met zijn gezin, dus Belgie lijkt hem een goed vertrekpunt voor zijn rondreis. Onze vriend heeft een aardige job, een eigen huis, en een leuk gezin. Hij spaart zijn ticket bijeen, en in oktober is het zo ver, hij is vertrekkensklaar.
Rest nog het visum.
Belgische vrienden willen op reis. Nepal is best aantrekkelijk, nu de politieke situatie stabieler wordt, en het toerisme met zijn culturele pareltjes en unieke natuur boemt. Daarenboven kunnen ze bij ons terecht, wat mooi meegenomen is. Onze vrienden halen een reisgids in huis, wat brochures en kopen hun ticket via internet. Het visum kopen ze gewoon bij aankomst op de luchthaven.
Rest nog de pasfoto.
Drie maand later wacht onze Nepalese vriend in de glazen wachtkamer van de Duitse amabassade. Hij komt voor zijn interview. Vorige week gaf hij zijn dossier af: een paar cm dik met garantiebrieven van verschillende Belgen, financiele tenlastenname, uitreksels van de belastingen, trouwboekje, eigendomspapieren, brieven van zijn werkgever, ticket, verzekeringen, en ga zo maar door. Het dossier was piekfijn in orde, we hadden alles gecheckt met het Belgische consulaat die de eerste stappen van de aanvraag begeleidt.
Hij glimlacht verlegen als hij eindelijk binnen mag.
Een week later mag hij bellen: visum geweigerd. Als ik ook de ambassade bel om verdere uitleg krijg ik een bot antwoord: ‘we zijn niet verplicht om de grond van weigering bekend te maken’. Ik neem terug contact op met de dame van het Belgisch consulaat, die zuchtend antwoordt: ‘ik weet het, ze weigeren ze allemaal. Maar je moet toegeven’, voegt ze er aan toe, ‘je vriend is wel erg verlegen, je vraagt je af wat hij extra aanbrengt als hij naar Belgie op reis gaat.’ Hij kan nu nog een alternatief proberen en via het consulaat het visum aanvragen aan de Belgische ambassade in Delhi. ‘Wel wat duur en je zou er best nog wat aanbevelingsbrieven bijsteken.’ Afhandeltijd: minstens vier maand.
Drie maand later zitten onze Belgische vrienden aan tafel fotos in een album te kleven: de foto’s van hun Nepal-reis zijn prachtig. Het is zelfs zo goed meegevallen dat ze dit jaar een tweede grote reis plannen. Ze twijfelen enkel nog over de bestemming: opnieuw Azie of nu eens Zuid-Amerika?
Wijze raad van de moeder.
Het is bijna een jaar geleden. Ik bel niet vaak mijn moeder op en zeker niet om te klagen. Het was een zondagavond: de kinderen hingen rond, ik struikelde over het rondslingerende speelgoed en probeerde met een hand onderaan de stapel vuile vaat dat aardappelmesje uit te vissen dat ik nodig had, terwijl op mijn andere arm Liv krijste. ‘Ah mama, soms ben ik zo moe. Ik kan het niet meer aan, waarom hebben we in godsnaam vier kinderen.’ En zoals het een goede moeder betaamt, suste ze de tranen weg. ‘Het is maar een moment, je zal zien, binnen een jaar brengen zij je ontbijt op bed, kom je beneden en is de afwas al gedaan.’ Ondanks mijn moedeloosheid, moest ik toch glimlachen. Niet omdat ik vertederd was om de troostende woorden van mijn moeder of om haar eeuwig optimisme. Het was meer een lachje van ongeloof.
Een zondagmorgen in maart, half zeven. Het begint te zomeren en de zon piept al vanachter de gordijnen. Uit Liv haar kamer komt gelach en gefluister. Als ik opsta zie ik Mo met Liv in het spijlenbedje: hij heeft haar slaapzakje opengeprutst en ze zitten samen te spelen met de muziekmobiel. Ik rek me nog even uit en ga stilletjes de kamer uit om ze niet te storen in hun spel. Als ik beneden kom is de tafel gedekt. June, gewassen en aangekleed, is de servietten aan het vouwen ‘want het is zondag vandaag, en dan is het een beetje feest’, grijnst ze. De keukenvloer voor het aanrecht is nat, maar de afwas staat netjes gewassen uit te lekken. ‘Is er nog?, vraagt Han als hij zich omdraait naar ons en de natte onderkant van zijn T shirt showt. ‘Alleen nog de thee ‘, zegt Helga tevreden als ze naast mij komt staan.
We klagen niet over de ‘routine’ die sedert een paar maand aan de gang is: June dekt alle ochtenden de tafel, helpt Mo zich aan te kleden en naar het toilet te gaan, Han doet de afwas in het weekend, en ruimt nu en dan eens af, beiden ruimen ze hun kamer op en maken hun bed, en zich aankleden doen ze ook zelf. En zelfs al ontwaken we morgen uit deze droom als de pubertijd er aan komt, het is zalig zolang het duurt.
Wijze raad van de zoon.
Sedert Han in het derde jaar zit mag hij in plaats van twee, drie boeken mee uit de bib. Aangezien er in Nepal weinig voorzieningen zijn heeft de britse school zijn eigen, erg uitgebreide bibliotheek waar ze tweemaal per week klassikaal naar toe gaan. Han is een grote fan van de non-fictie sectie en vooral de geschiedenis- en natuurboeken laat hij zich smaken. Gisteren had hij twee insectenatlassen en een vraag en antwoord boek over reptielen mee. En hoewel lezen een ‘stille’ activiteit behoort te zijn, staat ‘stil’ niet in Han zijn vocabularium. Elke gelezen bladzijde geeft aanleiding tot minstens drie mededelingen, gevolgd door ‘is dat waar?’ en twee vragen. Maar als ik op zijn veertiende vraag: ‘wat is de giftigste reptiel in de wereld?’ weer eens ‘ik weet niet’ moet anwtoorden, wordt Han toch even stil en kijkt mij fronsend boven zijn boek uit aan. ‘Ik denk dat je toch weer wat meer boeken moet lezen, want je weet toch niet zo veel meer.’
Schuldig
We hebben maatregelen genomen: na een paar weken waren we de acht uur stroomonderbreking per dag best wel zat. Daarenboven is het onmogelijk om onder die voorwaarden te werken. We gingen dus op zoek naar een min of meer betrouwbaar back-up systeem. Generatoren waren uitgesloten: de helft van de tijd is er geen gas, noch benzine, noch diesel. Zonne-energie trok ons wel aan, zon hebben we voldoende, maar het prijskaartje, zeker als het geen investering voor het leven is, was onmogelijk. Het enige wat restte waren batterijen met een inverter. We hakten de knoop door en op onze overloop staan drie grote batterijen, zoals die in een vrachtwagen en een metalen bak: de inverter. Als er stroom is laden de batterijen op en als de stroom wegvalt schakelen we van de netstroom over op onze batterijen. Natuurlijk hebben deze niet de capacitiet van de netstroom en moeten we ons gebruik beperken, we kunnen enkel wat lichten (uiteraard spaarlampen), de computer en een kleine koelkast aanzetten.
Voor het stroomprobleem in Nepal is dat een vreselijke oplossing want de onderbrekingen zijn bedoeld om het absolute tekort van stroomgeneratie in het land op te vangen, en wij ‘stelen’ tijdens de klare uren om de donkere uren te overbruggen. Hoewel de achterdeurtjes van de wet gebruiken een Belgische gewoonte is, is het niet de onze. Dus als we op de vier donkere avonden in de week zalig een boek lezen bij licht, voelen we ons ook best wel schuldig.


